Just the two of us

Het is al een tijdje stil hier. Mijn rug die me parten speelt, zit daar ongetwijfeld voor iets tussen. Belangrijker zijn echter de vele tijdrovende voorbereidingen voor allerhande activiteiten zoals de familiespeldag en de 18xx conventie.

Als vereniging moet je niet voor elke activiteit het warm water uitvinden, maar je moet wel ergens de mosterd halen. Vorig jaar kwamen we te weten via enkele Facebook polls dat coöperatieve spellen aardig hoog scoren bij jullie. Ook de verkiezing van onze Tijdloze 50 (en we gaan er dit jaar weer eentje opstellen) sprak boekdelen. Beide gaven aanleiding voor een thema-avond: coöperatieve spellen en klassiekers. Sindsdien hebben we de thema-avonden gelaten voor wat ze zijn. Thema-avonden zijn handig om een bepaald spel onder de aandacht te brengen of om niet elke keer naar hetzelfde spel te grijpen, maar het “opleggen” aan spelers op een spelavond, dat vonden we toch een stapje te ver. Enkele thema-avonden, die we dus nooit georganiseerd hebben, waren fillers en tweepersoonsspellen. Andere verenigingen plannen bijvoorbeeld wel zulke tweespelersavonden. Soms in de vorm van een soort speed date, waar een heleboel korte tweepersoonsspellen gespeeld worden. Niet dat het idee me ongenegen is, maar ik weet niet of onze spelers daarvoor staan te springen (dus laat het gerust weten). Ik zeker niet, want ik heb thuis een lieve vrouw die graag en vaak een spelletje meespeelt. Dat zijn dan vaak tweepersoonsspellen, kortere en langere, maar steeds op het scherp van de snee. Daar moet ik mijn huis dus niet voor uit. Verder denk ik dat ik me op zo’n tweespelersavond een beetje eenzaam zou voelen. Natuurlijk speel ik heel graag tweespelersspellen, maar net zoals mijn algemene spellenvoorkeur lichtjes afwijkt van de doosnee speler (in Vlaanderen), moet ik toegeven dat mijn favoriete tweespelersspellen vaak onbekend en dus onbemind zijn.

Naïef als ik soms kan zijn, dacht ik dus voor dit stukje gauw enkele leuke tweespelersspellen uit mijn collectie voor te stellen. Dat lag toch net iets moeilijker, want je moet altijd eerst een selectie maken. De spellen die als eerste afvielen, waren de wargames (zoals Fields of Despair, Twilight Struggle en War of the Ring), omdat 3 uur en meer nu eenmaal niet aan iedereen besteed is. Na deze selectie zag ik echter nog steeds door het bos de bomen niet meer. Tot ik terugdacht aan mijn tijd in Brussel (2010-2015), toen ik in een van de schuiven van mijn bureau een speldoos had staan met lunch games: een speldoos met allemaal spellen, speelbaar op een (relatief) beperkte plaats en op minder dan een uur. Deze kleine selectie van spellen geeft een goed beeld van welk type speler ik ben, een beetje zoals deze test probeerde.

Het eerste spel in de doos was 2 de Mayo, een kleine wargame die de opstand van de Madrilenen tegen de troepen van Napoleon simuleert. De Madrileense bevolking speelt hier een kat-en-muisspelletje met de Fransen. Het Spaanse doel is beter te doen dan de geschiedenis, m.a.w. ofwel het langer uithouden (10 spelrondes) ofwel meer Franse troepen uitschakelen (minstens 4). De Fransen hebben een eenduidige opdracht: de Madrileense opstand volledig elimineren en de stadspoorten bezetten. En dat klinkt allemaal veel makkelijker dan het lijkt. Voor de Madrilenen lijkt de situatie in eerste instantie uitzichtloos, maar de logge Franse troepen botsen in de smalle steegjes van Madrid duidelijk op hun grenzen. Een subliem spel, zelfs na zo vaak spelen.

Het tweede spel in de doos was Omen: A Reign of War (Olympus edition om juist te zijn). Dit spel is een combokaartspelletje, maar wat voor een. Talloze kaartcombo’s, meerdere winnende strategieën, een stevige mix van strategie en tactiek en natuurlijk een flinke portie rechtstreeks conflict: kaarten afnemen, geld stelen en troepen elimineren. En dat overgoten met een race naar 5 feats, die het einde van het spel triggeren. Er zijn maar weinig mensen die Omen kennen als ik er voor het eerst over spreek, er zijn ook maar weinig mensen die het geen goed spel vinden als ik ze introduceer (tot nu toe niemand eigenlijk, maar misschien ben ik selectief en kieskeurig). Omen kreeg recent trouwens een volledig nieuw thema: Omen: Fires in the East.

Het derde spel was Brawling Barons, een klein kaartspel (amper 60 kaarten in een tuckbox) dat tegenwoordig op Spiel bij Fryxx Games nog steeds te grabbel ligt voor 5 euro. Dan vraag ik me steeds af waarom niemand dat pareltje meeneemt. Maar goed, dit spelletje is volledig onder de radar door gevlogen. Mocht je het ooit eens zien liggen, neem maar mee, voor 5 euro kan je al eens een risico nemen. In Brawling Barons bouw je een legerpost uit, train je troepen en stuur je je troepen ter versterking naar het leger van de koning.  Gebouwen leveren punt, versterkingen voor de koning leveren punten. Een defensieve speler zal dus braaf in zijn hoekje een kamp bouwen, troepen trainen en misschien af en toe eentje uitsturen. De agressieve speler past het wip-principe efficiënt toe. De wip? Ja, inderdaad, de wip. Terwijl de ene naar boven gaat, gaat de ander omlaag. Er zijn dus twee manieren om meer punten te halen dan de andere: zelf meer opbouwen of bij de ander meer vernielen. Een combinatie van beide blijkt ideaal, al weet jouw tegenstander dat helaas ook.

Er zat zelfs nog een vierde spel in de doos, net zoals Brawling Barons een klein kaartspelletje van amper 60 kaarten in een tuckbox: Battle for Hill 218 heet het kleinood, speelt op 5 à 10 minuten, ideaal voor een best of 3 of best of 5. Wel opletten, het werkt enorm verslavend, altijd ruimte voor revanche en regels die op 2 minuten zijn uitgelegd. Er zijn trouwens al drie versies van: Battle for Sector 219 en OGRE: objective 218.

Vorig jaar maakte ik weer zo’n doos. Sinds mijn tijd in Brussel zijn er drie spellen die het ook tot in de doos geschopt hebben. Innovation is de eerste, een beenhard combo-kaartspelletje dat misschien niet meer echt een lunch game is. Je hebt toch net iets meer plaats nodig en de speelduur flirt met het uur. Net iets te lang voor een gewone lunch, maar zo’n sterk spel dat het op een blauwe maandag of een lome vrijdag (wanneer je hoofd nog/al op weekend staat) toch op tafel komt.

7 Ronin heeft het intussen ook gehaald. Dit spel, losjes gebaseerd op The 7 Samurai,  is een typisch mind game: de samoerai moeten inschatten waar de ninja’s gaan aanvallen, de ninja’s moeten inschatten waar de samoerai zullen verdedigen. Een pareltje, al zeg ik het zelf.

En tot slot, toen 13 Days: The Cuban Missile Crisis uitkwam, moest ik op zoek naar een grotere doos. Dit politiek steekspelletje met hetzelfde mechanisme als Twilight Struggle, is ideaal als lunch game en als introductiespel voor het zwaardere werk van Twilight Struggle en 1960: Making of the President.

En daarmee zat de doos vol: zeven parels, the magnificent seven. Ja, er zijn enkele vermeldenswaardige afvallers, maar daarover later (misschien) meer.

Drie is (soms) te veel

Gisteren was het weer van dat, het grote déjà vu-gevoel. Enkele dagen terug stond er, alweer, een piekfijn exemplaar van 1830 voor een prikje te koop. Alweer een jong koppel, nog geen kindjes deze keer, maar daarin zal dra verandering komen, getuige de dikke buik van de jongedame die me liet schatten dat in dat gezinnetje Pasen dit jaar niet enkel om chocolade eieren zal draaien.

Een jong koppel dus, lief en sympathiek, dat graag spelletjes speelt, ook vaak met twee. In mijn hoofd speelde spontaan hun doorsnee avondje af: samen aan de afwas (ze gingen weldra verhuizen naar iets groters… met een vaatwasser), daarna een spelletje Berenpark of Azul en dan samen onder een dekentje Netflix kijken. Ik gun het ze van harte.

En zo heeft dit koppel, het zoveelste in rij, zich laten verleiden om 1830 te kopen. 999Games en een trein op de doos, dat kan toch niet slecht zijn? Plaats 172 op Boardgamegeek met een score van 7.9, dat kan toch niet slecht zijn? Een spel van 1986 dat nog steeds hoge toppen scheert, dat kan toch niet slecht zijn? Helaas, toch kan dat slecht zijn, of beter verwoord, niet in de smaak vallen. Bij het eerste proefspelletje, met z’n tweetjes uiteraard, hebben ze er na 3 uur moedeloos de brui aan gegeven, alles netjes in de doos gestoken en te koop gezet. Ik kan er alleen maar blij mee zijn.

Het deed me wel prompt denken aan Pieter indertijd, die ook elk nieuw spel eerst eens uitprobeerde met zijn vrouw. Pieter spendeerde aardig wat tijd in zijn zoektocht naar spellen voor 4 of 5 spelers (om de clubcollectie uit te breiden), maar toch ook goed speelbaar met 2. Je moet weten dat dat in de vroege jaren 2000 was, het moment dat grote namen als Tigris & Eufraat, El Grande, Ra, Puerto Rico en Fürsten von Florenz verschenen. Op Tigris & Eufraat na, waren deze spellen 3-5 spelers. Officieuze en officiële tweespelersvarianten kwamen pas veel later. Steengoede spellen voor 4 of 5 spelers die toch ook speelbaar waren met twee, waren eerder een rariteit. Powergrid (Hoogspanning) is er zo eentje dat weliswaar speelbaar is met twee, toch blijft het -al willen smaken grondig verschillen- toch vooral een lege doos met twee. Het is me dan ook een raadsel waarom men in de loop der jaren het spelersaantal van El Grande en Puerto Rico naar 2-5 heeft gebracht (i.p.v. 3-5).

Het toont aan dat tweespelersvarianten geen evidentie zijn, nog steeds niet trouwens, al ziet menig uitgever er wel de meerwaarde van. Ook met solovarianten loopt het zo, al is het aantal spelers dat fanatiek solo speelt wel beperkt. Ik denk dat enkel op Kickstarter zwaar wordt uitgepakt met een eenspelervariant.

Ik herinner me Pieter zo goed, ook al heb ik hem in geen jaren meer gezien, omdat we dezelfde interesse deelden: spellen voor 3, 4 of 5 met een ijzersterke tweespelersvariant. De eerste twee spellen die ik zo leerde kennen, komen ook nu nog vlot op tafel: Caylus en Goa. Ook andere spellen konden me bekoren met een vlot en stevig tweespelersspel: Torres, Carson City, Concordia, Tzolkin, Castles of Burgundy, ik leg ze vlot op tafel met z’n tweetjes als -zoals ze dat tegenwoordig noemen- expertspel. Voor familiespellen is de aandacht voor een stevige speelbaarheid en herspeelbaarheid met twee al langer gekend: Stenen tijdperk, Egizia, Einfach Genial, Ticket to Ride, zelfs Carcassonne, zijn spellen die met twee misschien een andere dynamiek hebben, maar die een aangename uitdaging blijven. Voor expertspellen, het zwaardere werk, moest je vroeger vaak kiezen: een tweespelersspel (vaak een wargame of iets abstract) of pas speelbaar vanaf drie spelers. Net daarom kreeg ik een grondige hekel van alle tweespelersvarianten. Een dummyspeler, zoals je zo vaak ziet (of is het zag), daar gruwel ik van. Alhambra was er zo eentje en die viel dan eigenlijk nog mee. De rest heb ik duidelijk uit mijn geheugen verbannen. Ook de tweespelersversie van 7 Wonders is in mijn ogen een kwelling.

De (r)evolutie in de spellenwereld, met speciale aandacht voor twee- en eenspelersvarianten (denk bijvoorbeeld aan de automa decks zoals in Scythe), kan me ten zeerste bekoren. Het is zelfs zo dat je sommige spellen niet eens met meer dan 2 wilt spelen, ook al gaat het wel. Through the Ages bijvoorbeeld, duurt zo lang dat je misschien nog wel eens met 3 aan de slag wilt, maar zelfs dan tuur je meermaals zuchtend naar de klok. Innovation is er ook zo een, al speel je daar liever met 2 omdat je dan makkelijker het overzicht bewaart. Food Chain Magnate en Castles of Burgundy schieten me spontaan te binnen, al draait het ook daar vooral om de speelduur. Verder worden sommige spellen zelfs harder met z’n tweetjes: onverbiddelijk, onvergeeflijk en zeker geen marge voor denkfouten (De Koningsburcht en Imhotep zijn er twee die ik recent nog gespeeld heb met twee spelers). Niet toevallig dus dat ook die spellen vaker op de tweedehandsmarkt opduiken, want niet voor pacifistische romantische koppeltjes (voor hen hebben ze wellicht het coöperatieve spel voor bedacht).

Sterke tweespelerspellen, maar toch ook aardig speelbaar met meer, als je daar tips rond hebt, dan mag je die zeker laten weten. Of omgekeerd natuurlijk, als je daar suggesties wilt, ik heb vaak wel een uurtje!