Deurtje open, deurtje toe

De spellenmarathon was een succes, laat dat duidelijk zijn. En gelukkig kan ik genieten van mensen te zien spelen: mensen die zich amuseren, mensen die het naar hun zin hebben. Dat is goed, want dat verdringt dan een beetje mijn wrang gevoel. Niets om je zorgen over te maken hoor, want dat wrang gevoel komt simpelweg door het besef dat mijn spellenvoorkeur nu eenmaal zo afwijkend is. Ik ben gewoon op het verkeerde continent geboren. In Noord-Amerika had ik als die-hard ameritrasher vast een boel gelijkgezinden gevonden, in Vlaanderen ligt dat lichtjes anders. Op Spiel liep ik trouwens rond met eenzelfde gevoel: die zondvloed aan eurogames, ik loop er niet warm meer van.

Inderdaad, niet meer, want ooit, zo’n twintig jaar geleden, ben ook ik begonnen met de typische eurogames. Daarvoor speelde ik al hoor, maar vooral schaken en stratego, soms eens go en eind jaren negentig heb ik, via GIPF (1996) en andere abstracte spellen, uiteindelijk ook Catan (1995) (en Catan: Het kaartspel (1996)) leren kennen. Ik vermeld expliciet het kaartspel omdat net dat spel “mijn” gateway-spel was, het spel dat mij definitief in de (toen nog Duitse) wereld van eurogames heeft binnengeloodst.

Zo heeft iedereen wel zijn gateway-spel, het spel dat een opstapje was, dat een deur opende. Het is gaandeweg ook een vaste term geworden, gateway-spel, en het staat voor een spel dat een ideale introductie vormt voor mensen die niet echt veel spelen: korte, eenvoudige en duidelijke regels, een relatief korte en aangename speelduur, geen of amper dode tijd en vooral net voldoende diepgang en spanning om “de beginner” een uitdaging te bieden. Sommigen beweren ook dat een gateway-spel een typische mengeling heeft van tactiek, strategie en geluk, waarbij vooral dat laatste door de onvoorspelbaarheid iedereen in staat stelt te winnen, of je nu een doorwinterde speler bent of niet, of je nu voorkennis hebt of niet.

Ben je nog gek (of nieuw) genoeg om op een forum de vraag naar leuke gateway-spellen te posten, dan krijg je -in willekeurige volgorde- vast deze spellen voorgeschoteld: Catan, Carcassonne, Ticket to Ride, Dominion, Stenen Tijdperk, Fresco, Alhambra, Pandemie, Istanbul en natuurlijk sinds kort Azul. Ja, ik breek het lijstje daar maar af, want ik kan eigenlijk nog wel even doorgaan. Gateway-spellen, je kent ze vast wel, ze openen deuren.

Er is echter een ander gek fenomeen dat veel minder gekend is, misschien omdat veel minder mensen het tegenkomen. Er zijn immers spellen die deuren sluiten. Deze spellen zijn ook een opstapje of beter, een konijnenhol dat je, net zoals Alice, naar een ander Wonderland transporteert. Alice heeft lang gezocht naar de weg terug, in spellenland is er echter zelden een weg terug. Spelers die zulk spel spelen, zullen er vaak nostalgisch aan terugdenken als een eyeopener, maar niets is minder waar. Die spellen openen helemaal niet je ogen, ze zetten je oogkleppen op en laten je nog maar in één richting kijken zodat je niet meer wegraakt uit het vervloekte Wonderland.

Het bekendste voorbeeld van zulk spel, dat onverbiddelijk de deur achter je dichtgooit, is 1830 (of om het even welke 18xx eigenlijk). Spelers die hun eerste partijtje uitzitten kunnen twee kanten uit: “nooit meer” en stampen daarmee met hun voet wat aarde in de konijnenpijp waardoor die voorgoed dichtgestopt wordt of net “waarom ken ik dit nu pas” en tuimelen doldwaas het wrede Wonderland in, zonder weg terug. Er worden deuren gesloten, dat kan ik je wel zeggen. Geen open geest meer, geen wijde blik, maar focus, oogkleppen op en high worden op je nieuwe vondst. Menig speler heeft zijn halve (of hele) collectie te koop gezet na zulke eyeopener… Vlam, de deur slaat dicht.

Veel gevaarlijke spellen zijn zogenaamde nichespellen. 18xx is er een goed voorbeeld van, maar veel wargames doen min of meer hetzelfde. GMT Games heeft zowat driekwart van mijn spellenkast tot stofvangers herleid. De politieke spellen (zoals Twilight Struggle), de COINs (zoals Colonial Twilight), de block wargames (zoals Fields of Despair), ze hebben mijn interesse alleen maar vernauwd. Ik maak mezelf soms wijs dat ze mijn blik verruimd hebben, maar niets is minder waar. Het stapelje spellen dat ik echt nog wil spelen, is kleiner dan ooit. Ook Fantasy Flight Games heeft een fikse duit in het zakje gedaan. De twee coöperatieve Living Card Games, Lord of the Rings en Arkham Horror, hebben zowat elk ander coöperatief spel tot een smaakloos aftreksel herleid. De verhaallijn, de spanning, de sfeer, ze maken deze spellen ultraverslavend, ze laten je snakken naar meer. Meer van hetzelfde welteverstaan, want die deur knalt keihard dicht… in je gezicht.

Bezint eer ge begint!

Modewoordjes

Al te vaak heb ik stukjes gelezen op websites waar men zich weer domweg heeft laten vangen door het gebruik aan modewoordjes. Het sloganesk taalgebruik, je weet wel, waar iemand fijn grootsprakerig denkt fenomenaal goed te zijn, maar eigenlijk meteen duidelijk maakt er geen snars van begrepen te hebben. Vacatures lijden er immens veel onder (je weet wel: zelfstandig kunnen werken, maar ook een goede teamplayer; zin voor initiatief en een hands on-mentaliteit met respect voor de hiërarchie; en natuurlijk lean thinking en agile reacting). Nog erger zijn de politieke goed-nieuwsberichten (denk maar aan de huidige regeringsvorming(en)). Maar de reclamewereld steekt wellicht iedereen de loef af.

Na even graven in mijn geheugen moet het eerste modewoordje van mijn jeugd “turbo” geweest zijn. Alles was turbo in die tijd, dus niet alleen de turbodiesel en de turbojet, echt alles werd turbo. Andere waar ik me mateloos aan ergerde waren nano, bio en eco… vooral die laatste twee, want die kaderen dan in het teken van duurzaamheid, waar je tegenwoordig ook mee wordt doodgegooid.

Het probleem is immers dat iedereen duurzaam wilt zijn, maar dat ze vaak niet verder komen dan milieu & omgeving, het klimatologisch en ecologische aspect, zeg maar. Duurzaamheid is echter zoveel meer dan dat. Ook wij, Spellenclub Mechelen, wil en moet duurzaam zijn. Neen, ik ga niet preken over afval sorteren of -stel je voor- de ecologische voetafdruk van spellen (en de consumptiemaatschappij waarin we vervallen zijn). Duurzaamheid handelt immers over “the three Ps“. Sorry dat dat even in het Engels moet, maar de drie p’s staan voor planet, people en profit.

Planet spreekt voor zich en staat voor het milieu en de omgeving. Net daar wil ik het niet over hebben. Profit staat voor winst en dat wringt in de hoofden van mensen. Vaak krijg ik de opmerking dat onze vereniging, een vzw, geen winst moet maken, maar dat is niet helemaal waar. Onze vereniging heeft niet als doel winst te maken, keert geen vergoedingen, laat staan dividenden uit, maar elke vereniging en elke vennootschap heeft als doel “winst” te maken. Winst moet je hier zien als “meerwaarde”. Onze vereniging wil wat geld in het laatje brengen om te kunnen groeien: een website te onderhouden, een spellencollectie aan te leggen, evenementen te kunnen organiseren en -in slechte tijden- een tegenslag te kunnen opvangen. Naast dat financiële plaatje zijn er ook andere vormen van meerwaarde: we kunnen mensen iets leren (via onze workshops bijvoorbeeld), nieuwe spellen laten kennen, medespelers (en gelijkgezinden) vinden, mensen bij elkaar brengen en een “community” creëren… Ook dat is winst!

Maar de laatste, people, is ongetwijfeld de belangrijkste. Als vereniging moeten we duurzaam omspringen met mensen, met onze leden, met onze vrijwilligers. Nu de dagen korter worden, de bladeren van de bomen vallen en het weer beduidend guurder wordt, vinden velen weer de weg naar onze spelavonden: bekende gezichten, nieuwe gezichten. Maar iedereen is wel even welkom, echt iedereen, laat dat duidelijk zijn. Het schoentje wringt echter dat “welkom zijn” en “je welkom voelen” niet altijd samengaan. En daar wil ik nu net naartoe: als vereniging is het ons doel, als actief lid is het je plicht om mee te werken, mee te bouwen aan een gezellige vereniging, een familiale sfeer. Opdat niet iedereen gewoon welkom is, maar zich ook ongelooflijk welkom voelt.

Laat dat ons modewoordje zijn: welkom!

Groeipijnen

Onlangs rondden we in onze Facebookgroep de kaap van 300 leden. Dat is fijn natuurlijk, maar het is maar een getal. Het betekent dus eigenlijk niets en voor onze vereniging is het helemaal niet representatief. Het wilt gewoon zeggen dat er meer dan 300 mensen zijn die af en toe, via hun Facebook wall, op de hoogte gebracht willen worden van het reilen en zeilen van onze club. Dat is leuk, mensen worden nieuwsgierig.

Het is trouwens interessant om te zien wie allemaal lid wil worden van onze Facebookgroep. Dat gaat immers verder dan je denkt, tot over de landsgrenzen heen. Al vermoed ik dat er soms een verwarde Nederlander denkt dat het over Mechelen in Nederland gaat. Geen probleem natuurlijk, ook jullie zijn welkom bij ons, al is het wellicht iets langer rijden.

Meer dan 300 mensen die we bereiken via Facebook, dat is behoorlijk. Het aantal effectief aangesloten leden gaat richting honderd. Een pak minder dus, maar wij klagen absoluut niet. Wel merken we dat we die leden niet allemaal bereiken via Facebook en veel opties zijn er helaas niet. Net daar trachten we iets aan te doen.

Maar wat is er allemaal buiten social media (deze Facebookgroep dus)? Natuurlijk hebben we onze website (maar als je dit leest, heb je die al gevonden), maar het is duidelijk dat niet iedereen die weg vindt. Back to basics dan maar: good old email. In januari (denk ik) stuurden we al eens een email naar alle aangesloten leden. Dat gaan we nu wat uitbreiden en verbeteren. Ik hoor je al denken (en zuchten?), een nieuwsbrief. Correct, dat gaan we doen. De eerste zal naar alle aangesloten leden gestuurd worden, daarna kan je als aangesloten lid aanduiden of je de nieuwsbrief niet of juist wel wenst te ontvangen. Voor nieuwe leden (en bij verlenging van het lidmaatschap) zal het ook gevraagd worden. De nieuwsbrief zal in aantal beperkt blijven, drie of vier per jaar, zeker niet meer, en -helaas- op onregelmatige basis, m.a.w. enkel als we voldoende te vertellen hebben.

Belangrijker dan de nieuwsbrief is echter het communicatieplatform dat we intensief willen gaan gebruiken. Vroeger werd er al eens op Facebook gepost wie wat meebracht naar een spelavond, maar dat is een stille dood gestorven. Toch merken we duidelijk dat sommige leden wel willen afspreken voor een spelavond, vragen hebben over een spel, wat willen praten over spellen of wat extra info willen voor een clubactiviteit. En daar willen we zeker onze schouders onder zetten.

WhatsApp en Messenger zijn twee gedrochten: geen zoekfunctie, een boel gesprekken en in een mum van tijd totaal onoverzichtelijk. Dat is leuk voor persoonlijke contacten, maar voor een vereniging compleet onhoudbaar. Online gamers denken meteen aan Discord, een platform dat perfect tegemoet komt aan onze noden, behalve dan dat gamers-etiket. Gelukkig zijn er andere platformen, die zich pretentieus “professioneel” durven noemen. Slack is er een van. Ik heb slack geruime tijd voor het werk gebruikt, ook gebruiken sommige internationale spelgroepen het en na een grondige evaluatie hebben we beslist dat het onze club naar een hoger niveau kan tillen.

icon_slack_hash_colored

Ons slack-kanaal is dus online. We moeten je alleen nog toevoegen. Daarvoor moet je natuurlijk een slack-account hebben. Van zodra je dat hebt, moet je gewoon je emailadres doorgeven (dat kan perfect via ons contactformulier of bij David) en wij voegen je toe. Vanaf dan kan je terecht in de kanalen voor dinsdag- en zaterdagavond, maar even goed voor de spellenmarathon en het spellenweekend. We willen er wel duidelijk bij vermelden dat het uitsluitend voor aangesloten leden is.

Verder verplichten we natuurlijk niemand, maar we hopen dat slack helpt om onze vereniging naar een hoger niveau te tillen.

Herfsthunker

Het is het laatste weekend van een lange hete zomervakantie. Zelf ben ik net terug van een buitenlands kamp met “de 16+” en dool maar wat rond, verloren in het zwarte gat van wat we in het jeugdwerk wel eens PKD noemen of voluit de postkampdepressie. Maar het einde van de zomer luidt ook een heerlijke herfst in. De dochter kijkt al uit naar de eerste schooldag (op zes jaar doet ze dat gelukkig nog). In spellenland is het najaar wellicht de belangrijkste periode. Met Spiel (24-27 oktober 2019, Essen, Duitsland) en Spel (24-25 november 2019, Antwerpen, België) staan er weer twee beurzen met stip in mijn agenda. Liefhebbers van het Spellenspektakel (9-10 november, Utrecht, Nederland) kunnen ook ook tussen Spiel en Spel hun hartje ophalen. Drie beurzen dus, met telkens twee weken tussen, het heeft iets weg van een uitputtingsslag, een soort speltriatlon.

Met Spiel in het vooruitzicht beginnen spelfreaks over de hele wereld zich op te maken voor dit grote sinterklaasfeest voor volwassenen. De Spiel Preview op Boardgamegeek (BGG) wordt door velen dagelijks (of zelfs meermaals daags) bezocht. Naast de grote preview zijn er drie andere geeklists die geweldig zijn: de mathtrade (waar ikzelf al een paar jaar mee gestopt ben), de hunt for second-hand games en de no-shipping auction. Het spreekt voor zich wat wat is. Vooral de laatste twee zijn handige lijstjes (of zeg maar lijsten, want ze kunnen aardig lang worden) om verborgen pareltjes en verloren schatten te vinden. Ideaal om die heilige graal aan je collectie toe te voegen of om eindelijk een reeks compleet te maken.

Zelf wordt mijn voorbereiding elk jaar minder. Mijn spellensmaak is de laatste jaren dusdanig veranderd dat ik veelal niets-begrijpend naar die paletten en stapels eurogames kijk, dat ik verbijsterd ben hoeveel mensen die gortdroge, themaloze optimalisatiespelletjes spelen, maar ook dat ik met gemengde gevoelens terugdenk aan mijn tijd als cube pusher. Ja, er was een tijd dat ik die spellen graag en veel speelde, maar toch ben ik altijd meer een ameritrasher geweest, een wargamer, een cardgamer. Zeven keer per jaar word ik bovendien extra hard met mijn neus op de feiten gedrukt. Ik was ooit een fanatiek Spielbox-lezer. Nu ben ik gewoon een Spielbox-lezer en als mijn abonnement afloopt, zal ik het niet meer verlengen. Spielbox doet nog steeds wat het belooft, degelijke en diepgaande recensies publiceren. Als tijdschrift kunnen ze natuurlijk niet zo kort op de bal spelen als BGG en andere sites, maar toch, de kwaliteit is fenomenaal. Het assortiment spellen dat ze bespreken is echter beperkt en je moet het stellen met de selectie die zij maken en dat is beperkt tot de eurogames, jammer maar helaas.

Het grootste voordeel van Spielbox vond ik wellicht de score (en motivatie) die elke recensent gaf. Inderdaad, je krijgt dus niet een gemiddelde score voor een spel, maar je weet perfect welke score elke recensent geeft. Net zoals bij films en muziek, moet je dus een beetje zoeken welke recensent bij jou past, maar eens je dat weet, is de kans op een miskoop beperkt, tenzij natuurlijk, zoals in mijn geval, je eigen voorkeur zwaar verandert door de jaren heen (of die van de recensent, alles is relatief).

Ook online doen de meesten dat ondertussen al wel. Iedereen heeft wel een voorkeur van reviewer. Dat kan gaan over de stijl, de diepgang of gewoon de lengte van de filmpjes, maar vaak wordt het toch zoeken naar wiens spellensmaak matcht met de jouwe. Voor mij is dat makkelijk, al is het toch vooral “wiens smaak matcht absoluut niet”. Rahdo bijvoorbeeld (om een populaire te noemen), heeft voor mij een zeer afwijkende smaak, amper 10% van zijn toppers valt bij mij ook maar een beetje in de smaak. Bij Nox (voor sommigen zowat de goeroe van de Nederlandstalige reviews) is het nog erger, als Nox het goed vindt, hoef ik het al niet meer te spelen, als Nox het spel afbreekt, is er een grote kans dat ik het geweldig vind. Spelersinteractie en risico’s inschatten zijn daar de sleutelwoorden (en breekpunten). Ook Heavy Cardboard, die vroeger toch wel dicht aanschurkten tegen mijn voorkeur, zijn wat afgedreven (en dat ligt voor een keer niet aan mij). De heavy is eruit, maar ik begrijp dat een naamsverandering naar “Middle-Weight Cardboard” nogal onnozel was.

En zo kom ik dan bij een fenomeen waar ik in oktober en november weer met veel amusement (en leedvermaak) naar ga kijken. Op Spiel is het iets minder uitgesproken, maar op Spel is het geweldig: waar je ook gaat of staat, je vindt vast wel een jong koppeltje of twee vrienden, verwikkeld in een diepgaande discussie:

A: Kijk, een spel aan 5 euro en het ziet er wel tof uit.
B: Waarover gaat het?
A: Iets met kastelen bouwen in de Middeleeuwen, met worker placement en set collection. 2 tot 4 spelers, 60 minuten speelduur.
B: Ik zoek het op… wacht even. Staat op 485 op BGG, toch top 500. En een weight van 2.85, niet te zwaar dus.
A: En dat voor 5 euro, we nemen het mee.

Geweldig toch, niet? Er zitten immers twee grote denkfouten in bovenstaande discussie. Ook nog een derde (gewone) fout hoor, maar dat is omdat het een fictief voorbeeld is. Op plaats 485 staat immers momenteel 1989, niet echt een licht spelletje, zeker niet over de Middeleeuwen, laat staan speelbaar met 2-4 en op amper 60 minuten. Maar goed, wat maakt dat nu uit?!

Eerst en vooral is de ranking op BGG een absoluut idioot gegeven, gelinkt aan de rating die een spel krijgt. Een rating (en dus ook de ranking) is een gemiddelde en reflecteert zo de voorkeur van een populatie, de globale score van een grote spelersgroep. En het woordje “groot” is hierin cruciaal, de wet van de grote getallen uit de statistiek is belangrijk. Puerto Rico, jarenlang BGG’s nummer 1, heeft een rating van 8.03 met 57362 stemmen. Dat zal dus wel een degelijk gemiddelde zijn. En daarmee staat Puerto Rico slechts op de achtste plaats van aantal stemmers. Catan staat trouwens op één (surprise, surprise) met 87248 stemmen. Met zulke “grote getallen” kan je je inderdaad al een beeld vormen.

Bij kleine getallen wordt het al wat moeilijker. Daarom heeft BGG twee beschermingsmechanismen ingebouwd: een spel krijgt pas een rating vanaf 30 stemmers (tenzij het al meer dan een jaar in de databank staat, maar goed, dan is het een stille dood gestorven, om welke reden dan ook) en het aantal stemmers wordt kunstmatig de hoogte ingejaagd door dummy stemmers. Wat hier de exacte formule is, daar doet BGG nogal geheimzinnig over en ergens is dat goed (anders dreigt de manipulatie), maar het is vooral een mes dat aan twee kanten snijdt. Het is goed omdat een gehypet spel (zoals momenteel Tapestry) vaak scores 10 krijgt (voor Tapestry al 70 stemmers). Zonder dummies, zou dit resulteren in een fenomenale score van 9 of meer. Niet goed dus. Net zoals in petanque heb je trekkers en stoters. Zijn er spelers die een spel de hoogte in duwen door blindelings een 10 te geven, dan zijn er net zo goed spelers die een spel argeloos de diepte injagen door een 1 te geven (51 voor Tapestry). Als je dan beseft dat Tapestry 151 stemmen heeft in totaal, waarvan 70 10’en en 51 1’en, dan zijn er amper 30 “normale” stemmen, wat min of meer het aantal spelers van de preview copies zou kunnen weerspiegelen. En zo eindigt Tapestry op de 8463ste plaats met een score van 6.45.

Even terug naar het jonge koppeltje of de twee vrienden: een spel kopen omdat het in de top 100 van BGG staat, niet doen, tenzij je een masochistisch kantje hebt of een uitgebreide spellencollectie wilt hebben (die je dan toch niet speelt).

Maar in het voorbeeld werd ook naar het gewicht van het spel gekeken. Niet hoeveel het weegt hoor, dan zou Gloomhaven immers een geweldig spel zijn (al is het dat m.i. ook), letterlijk ettelijke kilo’s spelplezier. Heavy Cardboard heeft er zijn missie van gemaakt: de zwaardere en moeilijkere spellen aan bod laten komen, op tafel leggen, uitleggen en bespreken. Maar ook zij moeten af en toe ook even bekomen van alle heaviness.

Over weight (en average weight) waarschuwt BGG zelf al en laat dat een teken aan de wand zijn. Spelers duiden goedbedoeld een weight aan voor een spel, ze geven aan hoe zwaar zij het spel vinden. Maar er zijn twee soorten spelers: (i) occasionele en/of familiespelers en dan (ii) de zware en die-hardspelers. Elke speler geeft een score van 4 of meer (op 5) voor een spel dat hij moeilijk vindt. Elke speler geeft een score van 2 of minder aan een spel dat hij makkelijk vindt. Maar beide types speler gebruiken wel dezelfde absolute puntenschaal voor een andere subjectieve invulling.

Cuba Libre, de instapper voor COIN-games, krijgt 3.54 als gewicht en is daarmee de lichtste van de tien COINs. 18Scan is de “lichtste” 18xx met een min of meer betrouwbare score van 3.65. Als ik dan even ga kijken naar spellen die zwaarder zijn (3.80 of meer), dan vind ik toch wel aardig wat spellen die ook op onze spelavonden gespeeld worden: Gaia Project en Terra Mystica bijvoorbeeld en een boel Rosenbergs (Feast for Odin, Fields of Arle, Caverna), uiteraard ook wat Lacerda’s (CO2, Vinhos, The Gallerist en Lisboa), de gekende van What’s Your Game? (Madeira, Mombasa) maar ook de klassiekers Caylus (grondlegger van worker placement) en  Age of Steam (ultieme pickup & deliver), dan ook nog gekende namen zoals Agra, Brass, Civilization, Tramways en het nieuwe Pipeline. Nu wil ik allerminst beweren dat dit lichte spelletjes zijn, maar een eurogamer die regelmatig Caverna, Terra Mystica en Agra op tafel legt, zou wel eens zwaar kunnen verschieten van een “lichtere” Cuba Libre.

Dalen we af naar de overbevolkte gewichtscategorie tussen 2 en 3, dan kan ik honderden voorbeelden vinden, waaronder mijn eigen favorieten. 2 de Mayo zou een licht spelletje zijn van 2.15, Innovation blijkt een fillertje van 2.72, Omen dommelt je in slaap met 2.35 en de psychologische oorlogsvoering van 7 Ronin lijkt uitermate geschikt voor een zesjarige met de volle 2.21. Blijkbaar zijn makkelijke regels en een korte speelduur de doorslaggevende criteria om een spel onder de 3 te krijgen. Het onbekende Plateau X strandt op 2.00, is dus een belachelijk licht spelletje, maar -en daar kan Karl van meespreken- blijkt toch iets moeilijker te winnen. Het voordeel is natuurlijk dat je, bij de minste fout die je maakt, meteen je boeltje kan pakken, want dan is het op enkele minuten definitief gedaan. Het hoge “nog eens”-gehalte laat dit pareltje vaak op tafel komen, met desastreuze totaalscores, zoals Karls pandoering van 1 tegen 7. En Karl is absoluut geen zwakke speler, laat dat nog even duidelijk gezegd zijn. En als ik het over pandoeringen heb, dan komt spontaan de deckbuilder Star Realms bij me op. Met een denigrerend gewicht van 1.96 speelt dit lekker vlot weg en kan je je snel en vaak laten inmaken, zoals David.

Nu ik er aan dacht, meteen even het gewicht van schaken bekeken: 3.72. Het respect voor schaken is er dus nog steeds, Bridge doet zelfs nog beter met 3.85. Damfanaten mogen nu luidop vloeken dat dammen strandt op 1.78  voor American checkers, de 8×8-variant, en gelukkig 2.38 haalt voor International checkers, de 10×10-variant. Het gewicht van een spel, de weight op BGG, zegt dus vooral hoe vlot je de regels onder de knie krijgt om te kunnen aanschuiven bij een spelletje, om lekker mee te doen. (Iedereen kan dammen, toch?) Een parameter of een score hoe vlot je een spel zal beheersen, doorgronden, laat staan zal kunnen winnen, daar tast BGG momenteel in het duister.

Maar laat jullie niet door mij beïnvloeden. Laat je gerust overtuigen door de rating en ranking op BGG voor die ultieme blind-buy aankoop. Zo kan ik op Spiel en Spel blijven genieten van aandoenlijke tafereeltjes, heb ik vast veel inspiratie voor een volgende blog en blijft de tweedehandsmarkt draaien. Iedereen gelukkig, het wordt een fantastisch najaar.

Wie zoekt, die vindt!

Het was stil op onze blog. De zomervakantie en een hoop persoonlijke beslommeringen (zoals een verhuis en sollicitaties) tijdens een zinderende hittegolf zitten daar vast voor iets tussen. Exact een maand geleden hielden we onze spellenmarathon in Den Hangar op Transit M, de aankondiging daarvoor is dus van nog langer geleden. En in die aankondiging schreef ik “Ik moest vaststellen dat er in De Spelfanaat nog pareltjes stof staan te vangen, zowel in onze spellenmuur als in de rekken voor verkoop. Iedereen loopt er argeloos voorbij, misschien kent niemand ze nog, dus ik zal er eens een stukje over schrijven.” Belofte maakt schuld!

spelfanaat

Het is vakantie, geen beter moment voor dit stukje. Want menig spelfanaat kent het wel: op vakantie of op daguitstap kom je een spellenwinkel tegen en meteen is daar de drang om binnen te wandelen. Natuurlijk heb je al een gigantische verzameling, uiteraard bots je weer op hetzelfde aanbod van 999Games, White Goblin Games en Asmodee, maar toch. Ik ben daar geen uitzondering op, maar ik winkel dan ook graag. Boekenwinkels, muziekwinkels, spellenwinkels… ik kan er uren in rondhangen. Vooral omdat zulke winkels iets vertellen over de cultuur van de inwoners van die stad of land… of toch zeker over de klanten.

Zo heb ik drie jaar in Parijs gewoond en daar had ik drie vaste spellenwinkels: Variantes, Starplayer en Jeux Descartes. Bij andere winkels kwam ik veel minder, al verdient Troll2Jeux wel een eervolle vermelding omdat ze een heel actieve World of Warcraft Miniatures community hadden en ik er regelmatig tornooien ging spelen. Maar goed, drie vaste winkels dus. Variantes was gegroeid uit een schaak- en tarotwinkel. Hun aanbod aan grote spellen was quasi onbestaande, maar hun assortiment kleine spelletjes was onuitputtelijk. Spelletjes die in je jaszak passen, die je in twee minuten uitlegt en die je speelt op café, je vond ze en masse bij Variantes. Jeux Descartes was het andere uiterste: kleine spelletjes en kaartspelletjes hadden ze wel, maar vooral omdat klanten er nu eenmaal naar vroegen. Zij waren gespecialiseerd in de zware en lange eurogames. De winkel lijkt van buiten onooglijk klein, maar vergis je niet, ze hebben een benedenverdieping die volgestouwd is met spellen. Als ik ooit een kelder moet inrichten tot speelzaal, ik zou prompt mijn licht gaan opsteken bij Jeux Descartes. Starplayer was gespecialiseerd in import games en is daardoor iets bekender bij niet-Franstaligen omdat ze een uitgebreid Engelstalig assortiment hebben: veel wargames en de epische Fantasy Flight Games (zoals Twilight Imperium, Descent, Arkham en Eldritch Horror). Drie winkels op een boogscheut van elkaar, maar wel met een zeer sterk verschillend assortiment en dus ook totaal verschillende klanten.

In Mechelen hebben we niet zoveel spellenwinkels, laat ons gewoon eerlijk zijn, maar eentje die naam waardig. Als je spellen zoekt, dan moet je naar De Spelfanaat. Toen De Spelfanaat nog tegenover de Stadsschouwburg was, liep ik regelmatig binnen. Er kwamen toen veel minder spellen uit en zowel voor spelers als voor winkels was het mogelijk (quasi) alle nieuwigheden te volgen. De dag van vandaag is het kiezen: er komt massaal veel uit, zowel bij uitgevers als op Kickstarter, en een winkel is geen ballon. Een winkel kan dus onmogelijk alles aanbieden, specialiseren dan maar of een goed gemiddelde aanbieden. Kiezen is vaak verliezen, maar die keuze moet je als klant niet maken, dus je moet er ook niet over zagen. Staat de winkel je niet aan, blijf er dan weg.

Zoals trouwe lezers ongetwijfeld al weten, heb ik een nogal afwijkende spellenvoorkeur. Ook ik heb dus een tijdje gedacht dat ik in De Spelfanaat niets te zoeken had. Mijn eerste indruk was immers het typische spellenaanbod: Catan, Carcassonne, Ticket to Ride en enkele jaren later kwamen daar Stenen Tijdperk, Dominion, Istanbul en Pandemie bij. De ene stond al jaren in mijn kast, de andere zou nooit in mijn kast komen. Wat had ik dan te zoeken in De Spelfanaat? Veel… zoals later is gebleken.

Er staan in De Spelfanaat pareltjes, volgens mij toch. Want dat moet ik even nadrukkelijk zeggen. Luc en Jonathan zullen je deskundig advies geven wanneer je hen dat vraagt. Maar elk speladvies is subjectief. Ze willen je echt niet het duurste spel verkopen, ze willen je een spel verkopen waar je zo goed als zeker plezier aan beleeft. Hoe beter jij kan vertellen wat je wel en niet leuk vindt, hoe beter het advies. Maar het blijft advies. De pareltjes die ik hier zal overlopen, zijn dus ook hebbedingetjes in mijn ogen. Er is geen garantie dat jij ze leuk zal vinden, maar ze zijn zeker de moeite waard om eens van naderbij te bekijken. Maar het allerbelangrijkste is dat je ze kan vinden in De Spelfanaat, je kan ze kopen en onmiddellijk mee naar huis nemen. Eens rustig rondkijken in de winkel, verder kijken dan je neus lang is, is dus de boodschap. De Spelfanaat is echt wel meer dan Carcassonne en Catan.

Ik ben een grote fan van racespellen. Racen pur sang, daar ben ik altijd voor te vinden: Cartagena, Flamme Rouge, Ave Caesar, Snowtails, Thunder Alley speel ik altijd graag mee. Maar het racespel waar je onmiddellijk aan denkt (of toch zou moeten denken) is Formula D (vroeger Formula Dé). Hier (foto links) word ik dus prompt vrolijk van, maar er is meer (foto rechts).


Achteraan de winkel, in de gang naar de speelzaal, staat immers de oude versie te pronken. Toegegeven, de tracks zijn gespeeld, vertonen flink wat shelfwear, maar Spa Francorchamps is zowat het beste circuit in de hele Formula Dé-reeks. Ik denk niet dat Luc het snel zal verkopen, maar liefhebbers die hem willen hebben, kunnen altijd proberen (minstens €50 het afgelopen jaar, momenteel $80 op Boardgamegeek). Wil je hem gewoon spelen, dan weet je hem meteen ook staan. Tien oude racetracks dus (2 in de basisdoos en 8 van uitbreidingen), we zouden gelijk onze eigen Formula Dé-competitie kunnen opzetten.

Even terug naar die eerste foto. Een tweede element waar ik in een spel van hou is chaos of onvoorspelbaarheid als je dat liever hoort. Bij chaos denk je meteen aan Roborally en dat is goed. Vooral omdat dit spel niemand onberoerd laat: love it or hate it. I love it! Vooraan in de winkel staat dus de nieuwe editie: plastic robots en speelbaar met 6. Maar Roborally werd voor het eerst uitgegeven door Wizards of the Coast in 1994. Die versie was speelbaar met vier en kreeg verschillende uitbreidingen, waaronder Armed & Dangerous en Crash & Burn. Met Armed & Dangerous kon je het gelijk met acht spelen. Beide uitbreidingen zijn dure verzamelobjecten geworden. Ook de eerste versie van Wizard of the Coast is een rariteit. Dit gezegd zijnde, vond ik dit.

Een Wizards of the Coast-editie dus (foto midden), gebruikt en met shelfwear, maar toch. En van Amigo de Crash & Burn-uitbreiding in folie (foto rechts). De laatste Crash & Burn die op Boardgamegeek in folie verkocht werd, ging $125. Vraagprijzen liggen momenteel natuurlijk nog hoger. Ben je verzamelaar en ontbreekt deze in je collectie, er staat er eentje klaar.

Nu we toch bij de chaotische racespellen zijn, heb ik nog een mooie aanrader. Asteroyds van Fred Henry (co-auteur van o.a. The Adventurers en Conan) is een ruimteversie van Roborally die mogelijk nog chaotischer is. Ik heb Asteroyds veelvuldig getest voor Fred en Roborally-fans moeten deze zeker eens een keer proberen. Lees er gerust mijn review op Boardgamegeek op na.

Een ander racespel waar mijn oog op viel en dat binnenkort een remake zou krijgen, als ik me niet vergis, is Mississippi Queen, uitgegeven door Goldsieber. Bij dit spel vaar je met je stoomboot de Mississippi af en moet je onderweg passagiers oppikken. Het leuke is dat je met je boten elkaar mag rammen, duwen en blokkeren. Niet voor niets het Spiel des Jahres in 1997!

En daarmee laat ik de racespellen achter mij, maar ik wil wel even terugkomen op de foto van Crash & Burn. Daarnaast staat immers een klein doosje van Grey Fox dat echt alles heeft om niet op te vallen: een onleesbare titel van het spel, een grauwe doos en een dito naam van uitgever. Maar laat je niet om de tuin leiden, dit spelletje is 7 Ronin en ik heb het er al eens eerder wat uitgebreider over gehad (zie Just the two of us). Dit tweespelerspelletje is een kanjer van een breinbreker. Toevallig heb ik het dit weekend nog met David gespeeld en het was spannend tot de laatste ronde (met een nipte overwinning voor de ninja’s). Hou je van een mentaal steekspelletje, dan kan ik deze ten zeerste aanraden. Dus rep je naar de winkel, want er is er welgeteld een.

In datzelfde stukje (Just the two of us) heb ik het ook over 13 Days: The Cuban Missile Crisis. Ook deze staat te pronken in de winkel. Deze korte versie van Twilight Struggle (45 minuten) is een prima opstapje naar het zwaardere (eigenlijk vooral langere). Als je afknapt op het thema (m.a.w. Cuba in oktober 1962 interesseert je geen moer), dan kan ik dat wel begrijpen, maar als je daarom het spel links laat liggen, heb je zwaar ongelijk.

13 Days staat in de winkel trouwens in goed gezelschap. Geflankeerd door 1846: The Race for the Midwest (neen, ik zal niets zeggen over 18xx) en Ascension: Return of the Fallen, zou het zo een plaatje uit mijn eigen spellenkast kunnen zijn. Ascension: Chronicle of the Godslayer was de eerste deckbuilder die meeliftte op de Dominion-rage, maar de markt (of het aanbod) verving door een dynamische rij kaarten (6 om juist te zijn), zo weet je meteen waar de makers van Star Realms de mosterd zijn gaan halen. Ik vind hem pakken beter dan Dominion en afgeleiden. Deze Ascension: Return of the Fallen is de eerste uitbreiding/variant in het Ascension-universum. Het is een tweespelerdoos (wat ik aanraad, want ik vind Ascension met meer dan twee maar niks) en interessanter dan de basis, zonder een overdaad aan regels en exta’s in te voeren. Het feit dat hij nog steeds (al 8 jaar dus) in mijn kast staat, wilt ook al wat zeggen.

Een ander spel dat ik totaal niet had verwacht in De Spelfanaat is een korte wargame: Melee (foto links). Helaas niet de zeldzame eerste versie (daar zijn er maar 500 van gemaakt) van La Mame Games (die ook The Profiteers hebben uitgebracht, maar dat ligt niet in de winkel). Melee is een wargame voor 2 tot 4 spelers en in de regels staat letterlijk: “Beware: this is a short violent game that can end very suddenly!” Niet voor doetjes dus en voor mij gelijk liefde op het eerste gezicht.

Nu ik toch bij de wargames ben, gewoon even vermelden dat er een Lord of the Rings Risk (foto midden) staat stof te vangen. Nu mag je denigrerend doen over Risk, het is en blijft een aardig spel dat zijn strepen heeft verdiend als opstap naar het zwaardere werk. Zelf vind ik Risk 2210 de beste, maar ook Godstorm en Lord of the Rings zijn aardige varianten. Kan je Risk appreciëren, dan raad ik je zeker aan om deze eens te proberen.

Een veel minder gekende wargame, maar toch een die ik leuk vond om te spelen, is Magnifico (foto rechts), of voluit Magnifico: Da Vinci’s Art of War. Deze lichte wargame doet veel denken aan Risk, maar je kan je specialiseren en oorlogstuig bouwen (alle geïnspireerd op de machines van Leonardo de Vinci). Ik vond hem heel aardig spelen en ik zou zo gelijk weer aanschuiven.

Voor Battlelore (first edition)-fans, geef ik ook even mee dat er nog een uitbreiding Battlelore Dragons (foto links) staat te wachten op een verzamelaar. De eerste editie van Battlelore is massaal veel beter dan de tweede editie, enkel de opzettijd is enorm (en dat is nog een onderschatting). Maar goed, alle Battlelore-aanhangers die ik ken hebben deze uitbreiding al en dat zal zowat voor iedereen gelden.

En dan staan er deze exemplaren: Fief (oude versie foto rechts, recentere versie foto midden) en Fief 2 (foto rechts). Ik geef toe, niet de laatste editie. In Frankrijk stonden er velen zot van, al is een stevige portie chauvinisme daar niet vreemd aan (het speelt zich af in Frankrijk 1429 en is ontworpen door een Fransman). Fief is een diplomatiespel, in de stijl van Diplomacy, A Game of Thrones en Rex. Zelf ben ik nooit aan spelen gekomen, ik ben wat afgeknapt op Diplomacy en heb voor diplomatiespellen de boot heel lang afgehouden. Zonde eigenlijk, maar goed. Ik raad aan om wat reviews (zoals deze) te lezen, want dit is een stevig spel met flink wat eigenaardige kantjes. Diplomatie is immers één, de willekeur is twee.

Iets totaal anders, een kaartspelletje dat ik totaal niet verwacht had in De Spelfanaat (en dat ik eigenlijk nergens in België zou verwachten) is Dark Matter. Dit spel, van Spaanse makelij, is totaal onder de radar doorgevlogen op Spiel 2015, hoewel alles er goed uitzag: vormgeving, materiaal, regels… het intrigeerde, het sprak aan, het had iets. Ook ik moet toegeven dat ik het nooit gespeeld heb, maar tot op heden staat het in mijn kast. Het spreekt me nog steeds aan en ik wil het echt een keer spelen. Wie weet vind ik nu een gelijkgezinde!


Ik vermeldde al Battlelore: Dragons. Er is nog zo een uitbreidinkje dat niemand nog verwacht, maar dat er toch ligt. GIPF Project Set 2. Kris Burm heeft zijn GIPF-reeks ontwikkeld als metagame, waarbij je in een GIPF-spelletje extra stukken mag inbrengen (met speciale eigenschappen, de zogenaamde potentials) op voorwaarde dat je dan een ander spel wint, bijvoorbeeld wil je een stuk met YINSH-eigenschappen inbrengen, dan zal je eerst een potje YINSH moeten winnen. Inderdaad, je moet dus het GIPF-spel laten liggen en een spelletje YINSH opstarten. Voor deze metagame zijn er drie project sets uitgebracht. Nummer 2 ligt in De Spelfanaat. Ik zeg het maar, je weet maar nooit.

En dan zijn er een heleboel spellen die de moeite waard zijn om te vermelden, niet zozeer omdat ze speltechnisch superieur zijn, maar wel omdat ze een bijzonder thema hebben, eentje dat bij thematische verzamelaars kan aanslaan. Het eerste is Essen The Game (is daar verduidelijking bij nodig?), dan heb je ook Goldbräu (waar je een brouwerij met bijhorend café runt, in het spel zitten zelfs bijhorende bierviltjes) en ook Urland (het vervolg op Ursuppe [Primordial Soup]), weliswaar minder iconisch, maar toch. Neen, geen superspellen, maar nu ook geen draak van een spel, gewoon aangenaam om eens te spelen op, jawel, een thema-avond.

Veel degelijke spellen zag ik, vaak al enkele jaren oud en daardoor in het vergeethoekje geduwd. Navegador en Imperial 2030 (twee rondelspellen van Mac Gerdts), Homesteaders (in de Masterprinteditie van Quined), de broertjes Dungeon Lords en Dungeon Petz, en -minder gekend- UR, van What’s your game? Voor iedereen die wel te vinden is voor een abstract spelletje, kan ik ten zeerste Blockers aanraden. Dit fillertje staat bij mij even hoog als Einfach Genial (Genius, nu uitgegeven door White Goblin Games). Speelbaar met 2 tot 5 spelers, voldoende diepgang en het kan serieus gemeen uitpakken. Zeker de moeite waard, we leggen het niet voor niets al enkele familiespeldagen op tafel.

De grote namen liggen natuurlijk ook in de winkel, Ticket to Ride bijvoorbeeld. Bijzonder goed is de kleine uitbreiding 1910, die Ticket to Ride USA meerdere niveaus omhoog tilt. De spelvariant 1910 of Big Cities maken dit spel ongemeen hard, ook voor 2 en 3 spelers. Mocht je vinden dat je elkaar op dat grote bord niet genoeg voor de voeten loopt, dan moet je deze absoluut toevoegen aan je collectie. Een ander voordeel is ook dat je daardoor grote (bridge size) wagonkaarten krijgt. Ook dat vind ik een meerwaarde. Over 1912, de uitbreiding voor Ticket to Ride Europa, kan ik niet veel zeggen. Ik ben geen grote liefhebber van Ticket to Ride Europa, die laat ik liever aan mij voorbijgaan, maar ik veronderstel dat dit uitbreidinkje zowat hetzelfde doet als 1910. Daarover vind je vast wel meer op Boardgamegeek.

Pandemie is de andere grote naam waar ik toch wat over wil zeggen. Pandemic Legacy Season 1 heb ik uitgespeeld. Sterk en boeiend spel, maar ik was al geen Pandemiefan en na dat eerste seizoen heb ik er mijn buik ook van vol. Ben jij wel altijd te vinden om de wereld te verlossen van een boel enge ziektes, dan kan ik zeker Pandemic The Cure aanbevelen. En voor de verzamelaars kan de verjaardagseditie misschien wel een meerwaarde bieden.

Zoals ik al zei, ben ik een grote liefhebber van spellen in kleine doosjes, met dank aan Variantes in Parijs. Een molen met kaart- en dobbelspelletjes trekt dus zeker mijn aandacht. De 999Games-molen in De Spelfanaat mag er zeker zijn: zo zie je Tybor der Baumeister staan. Zonde dat die niet in het Nederlands te verkrijgen is, maar zeker en vast de moeite. Laat je trouwens niet misleiden, het is niet enkel Duits, alle kaarten zijn tweetalig Duits-Engels. Er net onder staat L.a.m.a. Dat heb ik nog niet gespeeld, maar ik herkende de naam als een van de genomineerden voor de Spiel des Jahres van dit jaar (het moest de duimen leggen tegen Just one). De Spelfanaat heeft dus zeker spellen die bij vele spelers gaan aanslaan.

Een andere zijde van de molen toonde een veelvoud aan spellen die bij mij thuis regelmatig op tafel komen: Lost Cities (de nieuwe editie in een handig klein doosje), Take 5 (een klassieke klepper), Metropolis (The City ofwel de gestripte versie van San Juan, voor de ene te licht, voor mij net goed voor een “best of 5“), Gesjaakt (dat ik dan weer ken als No Merci en dat vroeger regelmatig in De Spelfanaat als afsluiter op een spelavond gespeeld werd) en natuurlijk (ik hou van chaos, weet je nog) Fluxx (hier Star Trek Fluxx), het spel met immer veranderende regels. Helemaal onderaan (op de zeer slechtbelichte foto, mijn fout ik weet het) zie je ook Qwixx. Dit dobbelspelletje heeft al tig varianten gekregen. Sommigen zullen nu wel zeggen dat Clever (en varianten) beter is, maar als standaard van roll & write kan deze zeker nog mee met de laatste nieuwe.

Ik vernoemde al Lost Cities. Ik heb Lost Cities als deel van de Kosmos tweespelerreeks. Babel, Rozenkoning, Zeus & Hera en Kahuna zaten ook in die reeks. Babel is ongemeen hard, Kahuna is een evenwichtsoefening, gelijk dansen op een slappe koord. Speel je graag een halfuurtje met z’n tweetjes, dan moet je deze maar eens zoeken.

Helemaal achter in de winkel vond ik nog deze, Best Treehouse Ever, een draftspelletje met veel meer diepgang dan Sushi Go, maar dat gestroomlijnder is dan bijvoorbeeld 7 Wonders. Leuke tekeningen, grappig thema en ideaal voor de hele familie.

Om af te sluiten, de spellen die het eerst in mijn oog sprongen toen ik op het idee kwam voor dit stukje: stevige spellen met wat shelfwear (dus niet altijd nieuw), maar die toch nog kunnen concurreren met de nieuwe lichting. De filler Condotierre (speelbaar tot 6, wat ook een voordeel is) bijvoorbeeld, maar ook Conquistador (vaak het broertje van El Grande genoemd, al is de gelijkenis beperkt) en natuurlijk, last but not least, een topper van formaat die mijn kast nooit zal verlaten, een spel dat in mijn ogen zowat alles heeft dat het moet hebben, Giganten. En toevallig ook het enige spel waar ik geen foto van genomen heb. Dan maar eentje uit mijn spellenkast, ook dat moet kunnen.

giganten.jpg

Prototype: test, test

Velen kennen het wel: als je al een tijdje in de spellenwereld vertoeft, begint het al snel te kriebelen om een stapje verder te gaan. Menigeen begint luidop te dromen van een eigen spel. En dat is goed, want er is altijd plaats voor een nieuw spel, er is altijd ruimte voor een nieuw verfrissend spelmechanisme en er is altijd wel tijd om iets nieuws te proberen. Als jij dat ook denkt, weet dan dat je zeker niet alleen bent.

Tijdens mijn jaren in Parijs had ik een stel vrienden die hun eigen bedrijfje “Les Proto-Nights” hadden opgericht. Het concept was eenvoudig: voor een bescheiden vergoeding werd jouw prototype spel voorgesteld en uitvoerig getest op een speciale avond vol prototypes en enthousiaste testspelers. Of het bedrijfje ooit rendabel is geworden, weet ik niet, wel is het begrip “proto night” in Frankrijk nu wel stevig ingeburgerd. Ook in Nederland zijn er zulke initiatieven, bijvoorbeeld het Spellenmaakgilde in Groningen. Ik denk niet dat ze de mosterd hebben gehaald in Frankrijk hoor, het is min of meer een logische stap: de ene wilt graag een spel ontwerpen en zoekt spelers om het te testen, de andere wilt graag helpen en speelt graag een nieuw spel mee, zelfs in de testfase. Aan welke kant je ook zit, het is nu eenmaal leuk om zaken te zien groeien en te zien evolueren en het is al helemaal leuk als jouw goed idee in een spel wordt geïmplementeerd (met de nodige dankbetuigingen in de spelregels, wie weet).

Zelf heb ik ook al aardig wat kritiek en advies gegeven op spellen. Dat is niet makkelijk voor de ontwerpers, want ik geef mijn mening nogal rechttoe-rechtaan, ongezouten, op de man af. Dat komt hard aan, ik weet het, maar het is wel eerlijk en oprecht en daar heb je -uiteindelijk- toch het meeste aan. Velen hebben zo door mij de stap naar een uitgever toch maar niet gezet. Enkelen hebben wel doorgezet en daar ben ik heel blij mee. Zo zijn er enkele ideetjes van mij in Asteroyds (Frédéric Henry, Ystari) geraakt. Als grote fan van Roborally was het testen van Asteroyds dolle pret. Dit spel, gebaseerd op Roborally, gaat immers nog net een stukje verder (in de chaos): helemaal mijn ding (helaas niet van mijn spelersgroep). Ook in Dark Darker Darkest (David Ausloos, Queen Games) zitten er significante zaken van mijn hand. Dat is wel vreemd, want coöperatieve zombiespellen laat ik doorgaans aan mij voorbijgaan. En toch heb ik me vastgebeten in dit spel, ik vind het tot vandaag nog altijd een steengoed spel dat nooit mijn collectie zal verlaten. Helaas heeft Queen Games deze Kickstarter-campagne serieus verpest en zo ook het spel: vertragingen, drukfouten en onverstaanbare spelregels. De herziene regels en de uitgebreide FAQ, allebei te vinden op Boardgamegeek, brengen een beetje eerherstel: een spannend gestroomlijnd coöperatief spel, dat door de vele kleine uitbreidingsmodules perfect aanpasbaar is qua moeilijkheidsgraad.

Sindsdien kom ik David Ausloos regelmatig tegen op beurzen en horen we elkaar zelfs nog iets vaker. Op Red Moon zit ik nog steeds te wachten (een uitgever vinden is niet altijd makkelijk) en ook andere spellen (recent nog Gatekeeper) laat hij regelmatig testen. Vorig jaar was hij bij ons op een spelavond op bezoek met Dreamscape, toen vooral om de Kickstarter-campagne wat te promoten, maar natuurlijk ook om jullie mening te horen en inspiratie op te doen. Niet alleen David Ausloos kwam vorig jaar langs, ook Jonas kwam zijn prototype van Transplanet testen en naar wat ik hoorde achteraf, was het heel waardevol. (Jonas, mocht je dit lezen, hoe staat het ermee?)

Een grote spellenclub met veel ervaren spelers en een brede interesse, dat is natuurlijk een gigantisch kapitaal waar spelontwerpers van dromen. Ook in het 18xx-wereldje zijn Spellenclub Mechelen en 18xx Belgium naam aan het maken om spellen te testen en zo te verbeteren. Met Lonny Orgler hebben we al een goede samenwerking, met Marflow Games zijn we recent in zee gegaan en hopelijk geraken we ook in het vaste testpanel van GMT Games voor 18xx.

Dat testen, daar draait het immers allemaal om. Een overvloed aan spelers laat immers de creativiteit de vrije loop in de hoop een nieuw verfrissend mechanisme te vinden. Een referentie worden in de spellenwereld, daar dromen velen van. Dominion maakte deck building razend populair, Pandemic zette de coöperatieve spellen duidelijk in de markt, Istanbul wist pick up & deliver weer in de schijnwerpers te plaatsen. Concordia was m.i. het eerste spel waar hand building geoptimaliseerd werd. Deck burning en deck deconstruction zijn twee mechanismen die al bestaan, maar die -in de eerste spellen- nog niet voldoende ontwikkeld zijn (voor mij althans). Ik zit echt te wachten tot deze twee opgepikt worden door een creatief genie, er zit zeker wel muziek in. En er zijn er veel meer natuurlijk: Patchwork was ook vernieuwend (en ondertussen alweer uitgemolken) en Agricola was een upgrade van het worker placement-mechanisme, populair gemaakt door Caylus. Friedeman Friese verkent ook steevast nieuwe horizonten, denk maar aan de fabelspellen en de fast forward-spellen. Maar ook naar minder bijzondere mechanismen verwijzen we graag met de naam van een spel: kaarten bijtrekken zoals in Ticket to Ride, bieden zoals in Hoogspanning, Ra of Amon-Ra (drie verschillende biedmechanismen, laat dat duidelijk zijn) en wat te denken van het “tappen” van kaarten zoals in Magic The Gathering?

Maar niet iedereen die hoopt, die droomt, die probeert het te maken, bereikt de top. Het is zoals meedoen met The Voice van Vlaanderen, dat mag je echt niet onbezonnen doen en je vraagt best aan meer dan één iemand een eerlijke mening. Dus neen, aan de bomma en het lief heb je helemaal niets. Vrienden zijn ook pas vrienden als ze eerlijk hun mening zeggen en daar wringt het schoentje wel eens.

Al te vaak gebeurt het dat een spelontwerper een spel maakt, met passie voorstelt op een spelavond en achteraf gretig vraagt wat de anderen ervan vonden. Het antwoord is helaas al te vaak positief, want ja, je wilt toch niemand kwetsen. Maar daar help je niemand mee. Het maakt alleen dat er iemand, met name de spelontwerper, vroeg of laat keihard met zijn hoofd tegen de muur zal knallen, doorgaans op het moment dat hij het spel aan een uitgever voorstelt of lanceert op Kickstarter. Als dat de allereerste keer is dat er echt kritisch naar het spel gekeken wordt, dan zijn er onnoemelijk veel werkuren verkwist. Spellen moeten dus uitvoerig, honderden keren, getest worden en als vereniging kunnen we daar, voor de spelontwerpers, zeker een meerwaarde bieden.

Iedereen die regelmatig op onze spelavonden komt, kent Sven vast wel. Sven bruist van inspiratie en creativiteit, Sven is graag bezig en spendeert uren, dagen, weken aan het bedenken en maken van prototypes. En die prototypes beginnen zich op te stapelen. Er is file ontstaan in het testproces, hoog tijd dus om daar iets aan te doen. In een volgend stukje (jaja, het is goed geweest voor nu) stel ik graag drie prototypes van Sven voor die hij graag op de spelavonden door jullie wilt laten testen, bij voorkeur zelfs zonder hem erbij (blind testen noemen we dat, zoals de blind auditions in The Voice), zodat je je zeker niet geremd voelt. Dus als er, naast Sven, nog lezers zijn die een prototype (of een spelidee) hebben, laat het weten en laat het testen.

Samen… als het echt moet

Samenwerken, onlangs werd ik er weer op mijn werk mee om de oren geslagen. Nu moet je wel weten dat ik op een heel tijdelijke job zit, waar ik absoluut niet kan samenwerken met anderen, niet omdat ik het niet wil, maar omdat mijn opdracht het gewoon niet toelaat. Ja, ik ben van anderen afhankelijk voor informatie en bepaalde beslissingen, maar samenwerken kan je dat niet noemen. Zij geven informatie en ik ga ermee aan de slag, daar is niet veel samen aan.

En toch wordt samenwerken immens hoog aangeschreven op sollicitaties. Eigenlijk slaan sollicitaties nergens op, want zoals zovele zaken, zijn ze modegevoelig. Als je tegenwoordig niet lean, agile en hands-on bent, dan kom je er niet aan te pas. Tegelijk moet je een teamplayer zijn die ook independent aan de slag kan. “Zever, gezever,” gonst het door mijn hoofd en dan moet ik me weer bedwingen om niet “ik neem het mee” te antwoorden.

Het schijnt zelfs dat men voor sollicitaties ondertussen ook al de weg naar de spellenwereld heeft gevonden. Menigeen knikt nu instemmend, al dan niet met nachtmerries terugdenkend aan het laatste rollenspel waar je weer in een totaal absurde situatie in een volkomen onnatuurlijke rol werd geduwd. “Wees spontaan, inventief en creatief,” wordt er nog gefluisterd. Ik gruwel er van. Neen, ik vind het dus geen goede zaak dat spellen misbruikt worden in de zoektocht naar een goede kandidaat.
Een spel is immers de enige plaats, het laatste bastion, waar ik me totaal niets moet aantrekken van anderen. Bruggen opblazen, de boel verzieken en messen in de rug planten, het kan allemaal. Een stevige wargame geeft je de mogelijkheid om je donkerste kantjes boven te halen: blaas je je tegenstander meteen van het bord, ga je af en toe de moeizaam opgebouwde troepen wegmaaien of kijk je minzaam toe hoe die ligt te spartelen? All is fair in love and war!

Het soort spel dat me dus hoegenaamd niet aanspreekt is dan ook het coöperatieve spel. En laat dat nu, sinds Pandemie in 2008 werd uitgebracht, duidelijk meer dan een modetrend zijn.

Als ik terugkijk op vorig weekend, dan was het eigenlijk een atypisch weekend voor mij. Op wat fillers na, speelde ik uitsluitend coöperatieve spellen, iets wat ik tot voor enkele jaren absoluut voor onmogelijk had gehouden. Neen, ik heb niets tegen coöperatieve spellen, ik speel alleen liever tegen iemand dan tegen het systeem. Ik vind het enorm veel fijner een menselijke tegenstander te slim af te zijn, dan een algoritme te ontrafelen en te kloppen.

Toch heb ik een tijdje gehoopt dat coöperatieve spellen me zouden liggen, ik heb me echt gedwongen ze te spelen en me voorgelogen dat ik ze leuk vond. Toen ik nog regelmatig voor mijn werk in het buitenland zat, had ik aardig wat coöps mee, grote en kleine. Space Hulk: Death Angel – The Card Game was er zo eentje. Stevig spel, thematisch aardig en een boel monsters die swarmden. Degelijke moeilijkheidsgraad, maar toch… na enkele spelletjes had ik het alweer gezien en daar het thema me koud liet, ging het spel maar op de schop. Ook Pandemie mocht er na enkele spelletjes aan geloven, al kon Pandemic Legacy: Season 1 me wel weer over de streep trekken, wat zeg ik, het bekoorde me, ik heb echt van die 15 spelletjes genoten. Zo hard zelfs, dat ik op het punt stond om het tweede seizoen te kopen. Het is er nooit van gekomen. Ik denk niet dat ik nog eens 15 spelletjes Pandemie aankan, hoe sterk het verhaal ook is.

Ondertussen koester ik nog maar enkele coöperatieve spellen in mijn kast: Flash Point: Fire Rescue vind ik geweldig. Waarschijnlijk omdat het zo weinig op tafel komt. Het thema spreekt me aan, het mechanisme ook, zeker de combinatie van hot spots en explosies. Ik vind het qua thema alleszins beter uitgewerkt dan Pandemie (al gaan velen me daar misschien in tegenspreken). Enkele andere maken standaard deel uit van mijn vakantiespelletjes, je weet wel, de spelletjes die je enkel uit de kast haalt als je een weekendje met familie weg bent of met de kinderen een weekje naar Centerparcs trekt. Hanabi was het eerste spelletje, gevolgd door The Game (later vervangen door The Game Extreme). Ook FUSE gaat tegenwoordig mee op reis en The Lost Expedition heeft ook een plaatsje geclaimd in de koffer. Na vorig weekend gaat The Grizzled daar zeker aan toegevoegd worden.

Ook op Spiel heb ik me laten ompraten, door een steengoede verkoper aan de stand van Fryxx Games. Het was wel grappig, want hij stelde open vragen. Of ik van deckbuilding hield. Nope, ik gruwel van deckbuilding. Of ik iets had met zombies? Nope, ik walg van zombies. En daar stond hij dan, de zielepoot, met After the virus in zijn hand, geen enkel aanknopingspunt meer, waarop ik -met enig medeleven- hem toch maar vroeg zijn verkoopspraatje af te steken. Ik heb het niet gekocht, bij hem toch niet. Enkele uren later, net voor het buitengaan, heb ik het meegescharreld voor een tientje ofzo. Het bleek een schot in de roos. After the virus speelt prima solo (niet dat ik dat veel doe, maar je kan wel eens testen), speelt ook supersnel (op 10 minuten kan je je kaarten gefrustreerd op tafel gooien) en kan je fenomenaal goed schalen qua moeilijkheidsgraad. De voorgestelde scenario’s (qua moeilijkheidsgraad en speelduur) werken perfect. Het leuke is ook dat je tegelijk speelt, niet elk om beurt, maar tegelijk, wat iets thematischer is: mocht je ooit tegenover een zombieleger staan, dan knal je ze best met z’n allen tegelijk af. Al moet ik wel toegeven dat ik nog iets anders zou doen, maar dat hou ik als verrassing… tegen dat het zombieleger komt.

Coöperatief deckbuilden, nooit gedacht dat ik dat leuk zou vinden, maar After the virus deed het toch maar. Ook Aeon’s End heb ik, op aanraden van Dominique, gespeeld en ik was er weg van. Ook hier vast en zeker omdat de moeilijkheidsgraad aardig hoog ligt. Dat kan je helaas van veel coöps niet zeggen en wat is er nu leuk aan een spel dat je van de eerste keer al verslaat?

En toch, eigenlijk zijn dit niet de coöperatieve spellen die zwaar kunnen concurreren met de spellen die ik “normaal” speel. Ik zou ze immers niet zelf voorstellen, ik hou ze achter de hand, als een noodzakelijk deel van de collectie, mocht er eens iemand enkel en alleen coöperatief willen spelen of mocht ik, zoals indertijd, moeten spelen met iemand die echt niet tegen zijn verlies kan, dan haal je beter dat coöperatief arsenaal boven. En daarin zitten momenteel drie spellen, niet toevallig zijn twee ervan living card games: Lord of the Rings en Arkhom Horror. Het thema zit goed, het verhaal zit goed, de moeilijkheidsgraad zit goed (al klinkt goed wel een beetje vreemd: Arkham Horror is aartsmoeilijk en Lord of the Rings heeft scenario’s die niemand -wereldwijd- ooit heeft geklopt). Je kan ze ook spelen in campaign mode, zo kan je een karakter ontwikkelen en dolle avonturen beleven. Mocht dat het echte leven zijn, je stortte je karakter gelijk in een depressie en kon bij de psychiater gaan verder spelen, want de nachtmerries en trauma’s zijn niet meer te tellen. Het laatste dat ik speel is Gloomhaven, al moet ik toegeven dat de moeilijkheidsgraad nu wat te wensen over laat. Het mechanisme is sterk, de verhaallijn en de thematische uitwerking zijn ook heel aardig, meer dan voldoende om de campagne verder te willen spelen.

Na dit alles, durf ik nog steeds zeggen dat ik helemaal niet van coöperatieve spellen hou. Wel heb ik een zwak voor campagnespellen: een karakter ontwikkelen, een verhaallijn schrijven, spel en metaspel. En die liefde overwint duidelijk mijn afkeer van coöperatieve spellen. Gelukkig biedt een club spelers die mee in een campagne willen stappen, die mee een andere wereld willen ontdekken en die gewoon gezellig willen samen spelen.