Catch your train

Ik ben een spoorwegkind, zoals ze dat dan zeggen. Mijn vader heeft zowat zijn hele carrière bij de spoorwegen gewerkt, bij de Centrale Werkplaats in Mechelen, beter gekend als het Arsenaal. Een futiel detail, meer is dat niet, maar het heeft me mee gevormd tot wie ik nu ben. Vakantie, dat betekende voor mijn broer en mij met de trein reizen. Naar Spanje en Italië namen we de nachttrein (die die nu terugkomt, inderdaad) en toen in de jaren ’90 het TGV-netwerk werd uitgebreid, trokken we naar de Provence per TGV. In 1994, toen de Eurostar Brussel met Londen verbond, lag ook de weg naar het Verenigd Koninkrijk helemaal open. De trein is altijd een beetje reizen. Ooit was dat de slogan van de NMBS, voor ons was het echter een realiteit, voor ons wàs de trein reizen. Ik ben nooit, maar dan ook nooit, met mijn ouders met de auto op vakantie geweest.

Mijn broer is gefascineerd door treinen en ook nu nog gaat hij bij voorkeur met de trein overal naartoe. Zelf heb ik die periode achter mij gelaten. Toch zitten de spoorwegen diep in mij geworteld. Af en toe neem ik eens met mijn dochter de trein, zomaar. Vorig jaar zijn we samen naar Train World gegaan en tijdens de kerstvakantie stond het weer hoog op mijn lijstje met mogelijke uitstapjes. In het vijfde leerjaar gaf ik een spreekbeurt over treinen, als kind heb ik het treinmuseum De Mijlpaal (toen nog achter het station in Mechelen) ettelijke keren bezocht. Ik kende ook de hele geschiedenis, van James Watt en de stoommachine (ca. 1775) tot Stephenson die in 1829 met zijn Rocket wereldberoemd werd. Op 5 mei 1835 reed de allereerste stoomtrein buiten het Verenigd Koninkrijk en wel in België tussen Mechelen en Brussel. Drie treinen om precies te zijn, la Flèche (de Pijl), l’Eléphant (de Olifant) en de Stephenson. En zo verzekerde België haar prominente plaats in het spoornetwerk.

Union Pacific, bron up.com

Dat je geen spoorwegkind moet zijn om gefascineerd te zijn door treinen (en treintjes), bewijzen de vele verenigingen voor modeltreinen en modelspoor. Dat treinen spreken tot de verbeelding van kinderen zie je ook in de speelgoedwinkel, met treinen van Playmobil, Duplo en Lego. Maar dat treinen een geliefkoosd thema zijn bij de grote massa, komt vooral tot uiting in de spellenwereld. Treinen en sporen, iedereen heeft wel een treinspel in huis.

De grootste klassieker van treinspellen is ongetwijfeld Ticket to Ride. Hoewel dit vooral een abstract spelletje is waar je bepaalde routes moet leggen door (sets van) kaarten te verzamelen en waar je dus perfect om het even welk thema op kan plakken, koos Alan R. Moon in 2004 toch voor treinen. Het werd een succes en miljoenen exemplaren, talloze varianten, map packs en fan expansions later, blijft het een klassieker en een topper. Ik speel hem zelf ook ongelooflijk graag, al heb ik een zeer selectieve voorkeur voor bepaalde versies: USA met 1910 uitbreiding, Nordic Countries, Legendary Asia en Pennsylvania zal ik met veel plezier meespelen (en eigenlijk nooit afslaan). De andere laat ik liever aan mij voorbij gaan. Maar dat is kwestie van smaak en wat dat betreft is er bij Days of Wonder zeker voor ieder wat wils.

Een treinspel dat nog ouder is dan Ticket to Ride is Union Pacific (1999). Dit is net iets minder een familiespel dan Ticket to Ride, maar het is wel een klassieker die zich lange tijd kranig heeft geweerd. Toch heeft-ie uiteindelijk de duimen moeten leggen, al weet ik niet goed waarom. Union Pacific focuste niet op het spoornetwerk (en routes) die je bouwde, wel op de aandelen van de verschillende spoorbedrijven die je erdoor kreeg. Toch was het ook niet echt een aandelenspelletje, meer een meerderhedenspelletje. En daarop is het, jammer maar helaas, in waarde geklopt. Ticket to Ride heeft het mechanisme van Union Pacific meesterlijk geïmplementeerd in Ticket to Ride Pennsylvania. De heavy gamers die zichzelf te goed voelen voor Ticket to Ride moeten deze toch maar eens proberen. Ze zullen vast klagen en zagen over willekeur en geluksafhankelijkheid, maar dat zijn flauwe excuses. Ticket to Ride heeft een beperkte geluksfactor, die maakt dat ook een beginner het spel kan winnen. Maar vergis je niet, een doorwinterde speler zal dit zoveel vaker winnen. Probeer het eens online (op Steam bijvoorbeeld) en je zal versteld staan van de winstpercentages van “de groten“.

Het ander treinspel dat in die tijd iets leuks deed met aandelen was Chicago Express (2007). Ik heb het een paar keer gespeeld en, helaas, het kon me niet bekoren. American Rails (2009), de remake (of is het make-over) door Quined Games, wist me dan wel over de streep te trekken (en niet alleen omdat het deel was van de Master Print-reeks). American Rails stroomlijnde wat Chicago Express had geprobeerd. American Rails loste alle verwachtingen in en was bij mij verfrissend en vernieuwend: je investeert in bedrijven, je koopt aandelen en je bouwt een spoornetwerk. Maar iedereen kan bouwen, elke aandeelhouder heeft iets te zeggen in de bedrijven en jij moet alleen maar de rijkste worden. American Rails heeft eenvoudige regels, speelt lekker vlot weg en is nog steeds een fenomenale aanrader. American Rails staat bij mij echter op de wip, want de laatste worp van Capstone Games, Irish Gauge, doet het weer net iets beter. Voor sommigen vast al iets te hard, maar zo is er weer voor elk wat wils.

Een ander familiespelletje, of beter introductiespelletje, is Trans America (2001) en de opvolger/variant Trans Europa. Dit spelletje kwam vroeger bij mij op tafel als er vrienden over de vloer kwamen die echt nooit speelden. Een ander voordeel was zeker dat het met zes speelbaar was en toch lekker vooruit ging (en niet lang duurde). De minimalistische uitbreiding Vexation (drie gekleurde staafjes per speler) die je makkelijk zelf koopt (bij pakweg Spielmaterial) brengen aardig meer diepgang in dit spel. Tegelijk moet dit zowat het allereerste spel zijn waarbij ik besefte dat de kaart een enorme impact had op het gevoel en de intensiteit. (Even op een zijspoor: dat is niet onbelangrijk, want vele spellen [zoals Ticket to Ride, Hamburgum, Concordia, Tramways en Age of Steam] dwingen je je strategie en tactiek totaal om te gooien door enkel en alleen de map). Onnodig dus te zeggen dat ik dolgelukkig ben dat Ravensburger dit pareltje terug op de markt heeft gebracht. Dat ze het net niet uitvoerig herspeeld hebben, getuigt het ontbreken van Vexation!

Waar Trans America de beginnende spelers wist te bekoren, richtte Railways of the World op het andere uiterste, de ervaren veelspelers. Railways of the World had alles om episch te worden: een gigantisch bord, degelijk materiaal, fijne regels en sublieme mechanismes en het was de mosterd gaan halen bij Age of Steam. Alle ingrediënten voor een legendarisch topper waren er. Ik vermoed dat er nog steeds spelers zijn die geloven dat Railways of the World een subliem spel is, maar niets is minder waar. Event decks, mini expansions en zelfs een uitbreiding/variant Railways of Europe konden het tij niet keren. Het (toen vooral) modieuze pickup & deliver gecombineerd met set collection en route building, wist Ticket to Ride met Age of Steam samen te brengen, maar de motor sputterde. Ook het kaartspel werd eentje om snel te vergeten. Nu ja, niet geschoten, altijd mis, ook voor Eagle Gryphon Games.

Eagle Gryphon Games erkende dus gauw zijn meerdere. Railways of the World zit nog steeds in hun gamma, maar het is Age of Steam (2002) dat in 2019 met een luxe-uitgave de spellenwereld (opnieuw) veroverde. Dat Martin Wallace eindelijk erkend wordt voor zijn werk (voor zij die even niet mee zijn: je hebt Steam en Age of Steam, je hebt Martin Wallace en John Bohrer) helpt natuurlijk ook. Eigenlijk is Steam het zweet van Martin Wallace en Age of Steam het verfijnde meesterwerk. Age of Steam is groot geworden, vooral door de kleine veranderingen, de kleine nuances door anderen. Een van die anderen is Alban Viard, die nieuwe maps ontwierp. Wie Viard niet kent, houdt vast niet van harde en venijnige spellen. Bij deze ben je gewaarschuwd.

Door het succes van Ticket to Ride en Age of Steam werd het treinthema door anderen snel opgepikt als passe-partout. Veel spellen, vaak eurogames, kregen een spoor- en treinthema opgeplakt, het ene al beter uitgewerkt dan het andere. Snowdonia (en het geïnspireerde Foothills), Russian (en German) Railroads, First Class, Railroad Revolution, de deckbuilder Trains, Whistlestop, Stephenson’s Rocket en vele andere. Ook andere spellen gebruiken een trein om sfeer te maken, bijvoorbeeld Colt Express en Orient Express.

Treinspellen overrompelen in sneltreinvaart de spellenwereld, laat dat duidelijk zijn. Treinen spreken tot de verbeelding, treinen laten ook nieuwe mechanismen toe. Er zijn er heel grappige, zoals String Railway (2009) en Paperclip Railways (2011) die iets leuks doen met respectievelijk koordjes en paperclips. En de huidige hype van roll & write zet Railroad Ink (2018) neer als ultieme treinspel. Als je fan bent van het genre, zeker eens proberen.

En dan heb je nog dé treinspellen (uiteraard kan een stukje over treinen niet zonder) waar sommige treinen zelfs nooit zullen rijden, waar het eigenlijk niet draait om treinen, maar wel om de bedrijven, de aandelen en elkaar te slim af zijn; waar treinen slechts een middel zijn om jezelf te verrijken en anderen te verarmen; waar wargame en traingame elkaar ontmoeten, enkel te bereiken via een konijnenpijp (zoals Alice in Wonderland) met slechts een one-way ticket, dé 18xx.

Ik pendel nog elke dag: elke dag de trein op en ik heb er nog nooit spijt van gehad. Een spoorwegkind zal ik altijd blijven, een fervent treinreiziger ook. En met Trans America, Ticket to Ride en 18xx in mijn kast ook nog een fanatiek treinspeler.

Oefening baart kunst

Twee weken geleden was het de Dag van de speler in Sint-Niklaas. Op die dag worden door BFVS-FBJS de tornooispellen van het nieuwe seizoen voorgesteld. Helaas heeft die dag niet de allure van een loting voor een WK of EK voetbal, noch de status van de voorstelling van het parcours van de Ronde van Frankrijk, maar het is wel een heel gezellige dag, met voldoende tijd om een spelletje te spelen en wat bij te praten. Het tornooiwereldje is immers klein en je komt vaak dezelfde mensen tegen, wat trouwens geldt voor alle tornooicircuits. In een mum van tijd worden het goede kennissen en wie weet vrienden.

De gemoedelijke sfeer die bij BFVS-FBJS hangt, wordt jammer genoeg niet doorgegeven via het woord “tornooi”. Zo krijgt tornooi algauw de negatieve bijklank van bikkelharde competitie, zwijgende denkende spelers aan een tafeltje en een bende geeks, freaks en nerds. Wie echter, al is het maar af en toe, naar onze spelavonden komt, die weet wel beter. Net daarom moedigen we iedereen aan om, als je tijd en zin hebt, eens deel te nemen aan een tornooi. Op 1 maart is het alweer het tornooi van Spelen op zolder in Zedelgem. Dit tornooi trekt heel veel spelers, ook gemoedelijke, occasionele en familiespelers. Daar kan je dus met een gerust hart naartoe om de sfeer op te snuiven, om eens te proeven en natuurlijk ook om een spelletje te spelen. Veel van onze leden trekken naar Zedelgem, dus carpoolen is niet alleen handig, het is ook goed voor de sfeer en het milieu.

“Maar dat zijn allemaal moeilijke spellen!” Ik hoor het je al zeggen. Maar laten we dat even ontkrachten. Op de website van BFVS-FBJS kan je de spellenselectie bekijken. Hierbij is het nuttig om weten dat een tornooidag bestaat uit drie rondes: een korte, een midellange en een lange ronde. En neen, lang betekent echt niet zo lang (geen 18xx- of wargame-toestanden dus). Voor elke ronde kan je kiezen uit een selectie spellen en de tornooiorganisatie maakt dan een leuke tafelindeling, rekening houdend met ieders wensen. Je kan dus vrij kiezen wat je wilt spelen. Ken je de regels niet goed? Geen probleem, want aan het begin van elke sessie worden die nog eens overlopen. Is het echt je allereerste keer, ook dat is geen probleem, want als je dat even vermeldt, dan krijg je een grondige uitleg. Zo kom je optimaal voorbereid aan de start. Strijden met gelijke wapens, heet dat.

Begint het al te kriebelen, maar speel je graag jouw voorkeursspellen al eens op voorhand, dan kan dat op elke spelavond. Gisteren bijvoorbeeld kwam Catan op tafel en ook Teotihuacan, beide ter voorbereiding van de tornooien. Natuurlijk niet om urenlang te zitten denken en discussiëren over de ideale strategie, wel om te proeven, te proberen en gezellig te spelen. Ook op onze spellenmarathon op zaterdag 22 februari kan je de tornooiselectie uitgebreid komen proeven en proberen. Heb je op voorhand al een idee welke spellen je graag zou willen proberen, geef gerust een seintje aan onze voorzitter Patrick of aan een van onze andere tornooispelers en zij zorgen voor tekst en uitleg en ook wel voor de nodige tips & tricks.

Het volledige assortiment vind je hier. Ik ga ze zeker niet allemaal bespreken (ik ken ze ook niet allemaal), maar ik haal er hier al enkele uit en stel mijn persoonlijke top drie voor.

Korte ronde

De bekendste hier is vast en zeker Carcassonne. Dit spel heeft zelfs zijn eigen Belgisch Kampioenschap en is toch wel een klassieker die velen tot de hobby heeft bekeerd: laagdrempelig, eenvoudige regels, maar soms bikkelhard. Splendor, stilaan een klassieker, vind je ook terug in deze ronde: een motortje bouwen en racen naar 15 punten. Ik speel het soms op de app. Net zoals Carcassonne is dit een vlot en laagdrempelig spel: snel uitgelegd en snel gespeeld. Een derde bekende staat hier ook te pronken: Clever, die al een tijdje Qwixx in de categorie roll & write van de troon tracht te stoten. Een combinatie van gezellig dobbelen, correct inschatten en een beetje geluk maken dit spel tot een pareltje. Ook Cacao staat in deze ronde. Dit vlotte tegellegspel geeft in mijn ogen net iets meer uitdaging dan Carcassonne en ik herinner me nog de vele positieve reacties toen het uitkwam. Zeker eens proberen dus.

Maar neen, geen van de vorige vier behoren tot mijn favorieten. Ik ben dan ook verwend in deze ronde. Trans America staat hier immers. Dit spel speel ik nog steeds gigantisch graag. Een netwerk bouwen met z’n allen en toch trachten om jouw eigen steden eerst te verbinden, de anderen wat tegen te werken en vooral, niet te snel in je kaarten te laten kijken. De kleine uitbreiding Vexation tilt dit spel vele niveaus hoger. Niet zo op het tornooi (Vexation werd niet in de heruitgave geïmplementeerd), dus daarom strandt deze bij mij op de derde plaats. Ticket to Ride Japan staat immers op de tweede plaats. Ook een treinspelletje en ja, ik ben een enorme Ticket to Ride-fan. Maar helaas, niet van de kaart Japan. USA, Nordic Countries, Pennsylvania en Nordic Countries, die vier versies zou ik zeker niet afslaan. Japan heb ik gespeeld, goedgekeurd en ik zal het zeker wel eens meespelen, maar het kan niet tippen aan Cartagena. Cartagena, uitgebracht in 2000 is 20 jaar oud. Op tornooi spelen ze de heruitgave door White Goblin Games (2017). Geen nieuw spelletje dus, maar het voelt, na talloze spelletjes, nog steeds fris aan. Jaag je piraten zo snel mogelijk door de tunnel. Deze staat bij mij met stip op één. Een racespelletje pur sang, een aanrader.

Cartagena, bron Boardgamegeek

Midellange ronde

Een lastige ronde voor mij, dat geef ik toe. Echte torenhoge favorieten vind ik hier immers niet terug, maar ik heb dan ook een zeer afwijkende smaak. Catan vind je hier terug, ongetwijfeld hét spel waarmee het (de hele eurogames business) allemaal begon. 7 Wonders Armada staat hier ook. Na het jarenlange succes van het basisspel mag deze variant inderdaad niet ontbreken. Is Clever jouw favoriet in de korte ronde, dan wil je misschien opnieuw een dobbelspelletje en dan kan ik zeker Las Vegas Royale aanbevelen, al strandt die bij mij op de tweede plaats. Familiespelers kunnen hier hun hartje ophalen met De kwakzalvers van Kakelenburg, Feld-lovers kunnen zich tegoed doen aan La Isla en computerfreaks wagen misschien wel hun kans met Minecraft. Veel kan ik daar allemaal niet van zeggen, ik heb er immers slechts 4 van de hele selectie gespeeld. En zo staat De zoektocht naar El Dorado bij mij toch op een. Een racespelletje, inderdaad (hoe kon het ook anders) door de (vroeger) enorm geapprecieerde Knizia (al zal hij nooit meer het niveau halen van Ra, Tigris & Eufraat, Genius en Modern Art), dat deckbuilding met racen combineert.

The Quest for El Dorado, bron Boardgamegeek

Lange ronde

De lange ronde is voor mij net zo moeilijk kiezen als de middellange ronde. De reden is echter totaal verschillend. Hier kan ik immers wel mijn hartje ophalen. Feld-lovers slaan hier vast en zeker helemaal tilt, want niet minder dan vier (op twaalf) spellen zijn van Feld. Carpe Diem en Notre Dame laten mij persoonlijk koud. Castles of Burgundy heb ik ooit gehad en inmiddels verkocht, maar Im Jahr des Drachen zit nog steeds in mijn collectie, mag altijd op tafel komen en staat dus ook in mijn voorkeurslijstje op de tweede plaats te pronken. Zonde, maar de concurrentie is te hard.

De strijd om de derde plaats is ook het vermelden waard. Enerzijds twijfel ik tussen Het dorp, een aangenaam spelletje dat iets leuks doet met tijd: je meeples worden geboren, worden opgeleid en gaan gezellig dood. Dat is niet eens zonde, want van zodra de kronieken vol geschreven zijn of het kerkhof vol ligt is het spel gedaan. Het dorp is recent uit mijn collectie verdwenen en dat is meteen ook de reden waarom-ie net afvalt. Teotihuacan (door Jumping Turtle Games in de wandelgangen kortweg “den Theo” genoemd) staat bij mij op drie. Op drie, inderdaad, niet omdat ik de genialiteit van het spel niet erken, wel omdat het voor mij net iets te veel scoremogelijkheden heeft, net iets te veel mechanismen die in elkaar moeten klikken.

Alvorens mijn topfavoriet aan te kondigen, wil ik nog even de aandacht vestigen op Santa Maria, gewoon omdat het ook een dobbelspelletje is en dus een dobbeltornooiselectie mogelijk maakt. Ik heb hem gespeeld en goed bevonden: een aardig familiespel, met de nodige diepgang en toch een aangename speelduur. Voor mij persoonlijk net iets te licht om mijn kast te halen, maar ja, dat kon je vast wel raden.

Wat staat er dan op één? Caylus 1303 natuurlijk. De Space Cowboys hebben Caylus (de klassieker uit 2005 en gelijk de trendsetter van worker placement) heruitgegeven. De regels zouden gestroomlijnd zijn, de speelduur zou korter zijn en toch zou het de originele sfeer van Caylus oproepen. Ik heb deze versie nog niet gespeeld, geen idee of-ie kan voldoen aan de harde eisen van een Caylus-fan. Maar toch komt deze voor mij op de eerste plaats, zomaar… want het is Caylus.

Caylus 1303, bron Boardgamegeek

Zo, nu weten jullie meteen wat ik zou spelen, maar dat is natuurlijk niet noodzakelijk wat jullie willen spelen. Kijk dus zeker eens rond bij FBJS en op Boardgamegeek. Kom ook zeker eens langs op onze spellenmarathon, daar hebben we de spellen ook ter beschikking, zo krijg je meteen de kans om ze te proberen. Meer nog, je kan er zelfs eentje kopen. Weer een reden om af te komen, maar daarover later meer.

Warmlopen

Eindelijk is het dan 2020. In naam van het bestuur wens ik ieder van jullie een gelukkig en gezond 2020 met natuurlijk heel veel liefde en vriendschap, vreugde en plezier. We gunnen iedereen zijn eigen speciale of eigenaardige speelwensen: de collectie uitdunnen tot 100, een ultiem out of print spel vinden, een collectie vervolledigen, een 10×10 of 100×1 challenge voltooien, (nog meer) beurzen bezoeken, (eindelijk een) 18xx spelen of een epic (war)game op tafel leggen.

2020 is een schrikkeljaar en dat belooft altijd veel goeds, behalve voor studenten, want daar verwacht ik weer een dip in examenresultaten. Een schrikkeljaar betekent immers een drukke sportieve zomer met de Olympische Spelen in Tokio en het Europees Kampioenschap voetbal, naast de gebruikelijke jaarlijkse sportevenementen zoals de grote wielerrondes, de grote tennistornooien en nog tal van andere belangrijke evenementen. Niet dat ik nu zo vaak gekluisterd voor mijn televisie zit (nooit eigenlijk), maar toch. Ik herinner me dat ik dat als student wel kon.

Ook als spellenclub maken we er een sportief jaar van. Ons eigen speltornooi op 11 oktober 2020 had ik al aangekondigd. En omdat onvoorbereid naar een tornooi gaan toch echt not done is, moeten we natuurlijk voldoende training inlassen om ons warm te lopen. En hoe kan dat beter dan met een aantal spelmarathons?

Dus noteer alvast in je agenda: 22 februari, 27 juni en 11 november 2020, telkens in Den Hangar. We gaan dus onverstoord verder op hetzelfde elan. Leg die zweetbandjes maar klaar.

Sky & Limit

Met het Thunder Alley-tornooi zit onze laatste clubactiviteit van 2019 er ook op, op onze allerlaatste spelavond na natuurlijk. Op dinsdagen 24 en 31 december is het immers geen spelavond. Dat willen wij, De Spelfanaat en Spellenclub Mechelen, nog even uitdrukkelijk meegeven: geen spelavond op kerstavond en oudejaarsavond. Dat klinkt evident, maar met de echte spelfanaten weet je natuurlijk nooit.

Eén spelavond dus nog, zaterdag 28 december, ideaal om even de feestdrukte te ontvluchten en rustig, maar wel in goed gezelschap, nog eens een spelletje op tafel te leggen. Misschien dat nieuwe spel dat onder de kerstboom lag of dat kerstspel (Christmas Tree bijvoorbeeld), dat op elk ander moment van het jaar zo vreemd aanvoelt. Misschien ook wel dat spel dat je al zo lang eens wilt spelen of net dat ene spel om je 10×10-uitdaging te halen. Kortom, redenen genoeg om te spelen, redenen genoeg om een spelletje op tafel te leggen.

En daarna knallen we 2020 in. Ook het bestuur schuift dan de benen onder tafel, niet voor een spelletje, maar om alle ideeën en plannen voor het nieuwe jaar op een rijtje te zetten. En ja, dat zijn er heel wat, daarover binnenkort ongetwijfeld meer. We willen er wel al meteen bij vertellen dat we natuurlijk oor hebben voor al wat leeft bij jullie, dus als jullie ideeën hebben, hoe gek of onwaarschijnlijk ook, laat het ons zeker weten op onze Facebook-pagina, via het contactformulier, in een mailtje of gewoon persoonlijk. Het zijn immers die gekke ideeën die ervoor gezorgd hebben dat we samen op weekend gingen en dat we onze eigen 18xx-conventie hebben, om er maar even twee te noemen. Zoals iemand me onlangs zei: “the sky is the limit, but only if you are short-sighted.”

Voor elk van jullie, voor vrienden en familie, een zalig kerstfeest!

Spelen voor de knikkers

Tien dagen geleden was het de finale van BFVS-FBJS. Maar liefst vijf van onze leden wisten de Belgische titel in de wacht te slepen en mogen zich voor een jaartje Belgisch kampioen noemen. Ze stonden reeds op onze Facebookpagina te glunderen, maar ere wie ere toekomt, dus ik som ze nog even op: Bjorn (Honga), Ingrid (Carpe Diem), Patrick (The River), Balte (Orbis) en Wiebke (Cartagena). Dat is natuurlijk een schitterende prestatie, alleen is het jammer voor onze andere kandidaten, want die blijven uit de schijnwerpers, hoewel ze even hard hebben gestreden en vaak komt het maar op een puntje aan. Maar zoals Walter Hagen (een groot golfer uit vorige eeuw) al zei: “No one remembers who came in second.” En hij had een overschot van gelijk. Bij deze dus, voor al onze (tornooi)spelers, niet alleen zij die deelnamen aan de finale, maar aan eenieder die op een tornooi onze kleuren heeft verdedigd: respect!

Datzelfde weekend vond onze 18xx-conventie plaats, de vierde al en met meer dan 60 deelnemers weer groter dan de vorige. We groeien nog steeds, in aantal en in reputatie. Het belangrijkste is dat we ons daarmee definitief op de kaart zetten: als grootste 18xx-conventie in Europa en ondertussen een gevestigde waarde. Het zijn harde spelers, 18xx’ers en een plaats veroveren op de conventiekalender is mogelijk nog harder. Maar je moet er in geloven, je moet er voor gaan. “There is no such thing as a second place. Either you’re first or you’re nothing.” (Gabe Paul) En dat brengt me bij een discussie die op meerdere spelfora (o.a. Bordspelmania en Boardgamegeek) regelmatig opduikt: de strijd om de tweede plaats. Persoonlijk, vanuit mijn eigen spelvoorkeur, vind ik dat een loze discussie. Ik heb zelfs spellen in mijn kast waar het letterlijk in de regels staat: “There is no second place.” (The Profiteers)

The Profiteers, La Mame Games, 2018

Dat is gelijk ook mijn principe: ik speel niet voor de kruimels, ik speel niet voor een tweede plaats. Ik speel dus resoluut om te winnen en ik doe dat soms berekend, soms roekeloos, maar steeds zonder schroom. Ik zal dus nooit een speler nekken om een tweede plaats te garanderen, ik zal altijd alles doen om toch maar op kop te geraken. Dat is een harde mentaliteit, zeer zwart-wit, en dat weet ik. Het is een filosofie en ik vermoed dat die wel gangbaar is voor wargamers. Neem het agressief pareltje Nexus Ops. Dat eindigt abrupt van zodra iemand 12 punten heeft, onmiddellijk! Geen gezever met rondes uitspelen of een mogelijk catch-up-mechanisme, gewoon gedaan. Voor wie het spelletje kent, wat heeft het voor zin om je punten te tellen? Als je het spelletje goed speelt, je kansen maximaliseert en je timing optimaliseert, dan kan je in één beurt algauw 7 of 8 punten sprokkelen. Dat maakt dat van zodra spelers een vijftal punten hebben gesprokkeld, iedereen kans maakt op de overwinning. Het is dus een kwestie van timing, kansen inschatten en risico’s nemen. Waarop zijn die tweede-derde-vierde plaats dan gebaseerd?

Ook Cyclades doet zoiets: je wint het spel met 2 metropolen en je kan er probleemloos 1 inpikken van een andere speler. Als alle spelers 1 metropool hebben, volstaat het dus dat een speler een metropool inpikt. Dat is de winnaar, makkelijk. En wat voor zin heeft het om dan nog tweede-derde-vierde plaats toe te kennen. Je wint of je verliest, hoe eenvoudig kan het zijn?

Toch vind ik de discussie interessant omdat je spelvoorkeur en spelervaring enorm je mening kleuren. Menig wargamer zal denken zoals ik, “there is no second place”. Maar zowat alle eurogamers spelen wel voor de punten, voor het klassement en dus ook voor de tweede plaats. En dat is goed, want juist door die redenering wist onze ploeg opnieuw een plaatsje te verzilveren voor de Europe Masters tijdens Spiel 2020. Exact door elk spel te optimaliseren, klim je hoger in het klassement. Afhankelijk van het tornooi, zal je dus soms wel een andere speler de loef afsteken als je daarmee je tweede plaats kunt verzilveren, want dan sprokkel je punten (poules en klassementen), en soms juist niet, bij rechtstreekse uitschakeling bijvoorbeeld, want dan gaat enkel de winnaar door. Ook in de sportwereld kent men dat verschil, denk maar aan de voorjaarsklassiekers en de grote rondes. Bij de eerste telt “alleen maar” de eerste plaats, bij de laatste gaat het toch om het klassement.

De discussies op fora zijn dus uitermate boeiend, vooral omdat spelers de gekste argumenten aandragen om anderen te overtuigen. Doorgaans ontbreekt hierbij elke vorm van empathie en de wil om zich in te leven in de ander. Gevangen in het eigen denkpatroon, gebonden aan vooroordelen, het zijn dooddoeners voor elke discussie, nefast voor een gemoedelijke sfeer. Maar dat is het internet, of je dat leest of niet, is je eigen keuze. Pijnlijker is het natuurlijk als spelers met sterk verschillende opvattingen samen aan tafel zitten (en er net iets te zwaar aan tillen). Frustratie, onbegrip en vooral… hup, weg sfeer!

Ik hoop dat het dit weekend (spellenweekend, weet je wel) niet zo ver komt, al zou het een fijn onderwerp zijn voor sociologisch onderzoek. Om het met de woorden van Greg LeMond te zeggen: “When you get second place, you say ‘I could have won it here, I could have won it here.’ When you win, you never say anything, it’s finished.”

Glazen bol… natuurlijk niet

Onze allereerste familiespeldag organiseerden we op een grijze grauwe regenachtige zaterdag, 29 december 2018 om precies te zijn. Dat concept hebben we intussen omgegooid en we zetten volop in op een spelmarathon. Het verschil is miniem, geen zorgen dus. De reden is dat we kwaliteit willen bieden en daar voelden we ons met een familiespeldag niet helemaal goed bij. We trokken massaal gezinnen met kinderen, dat deed ons enorm deugd, maar we merkten wel dat sommige vaste leden, die toch onze vereniging door dik en dun steunen, net op die dagen wegbleven. Ook een goede selectie maken voor kinderen vanaf 4 jaar (en voldoende demospellen bij elkaar krijgen), bleek geen evidentie. Dus gooiden we het over een andere boeg met eigenlijk hetzelfde concept: een hele dag, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat, spellen spelen met vrienden en familie, een gezellig samenzijn met tijd voor een hapje en een drankje, voor een losse babbel en natuurlijk voor veel spellen. De focus op spellen, die is wel verschoven. We zetten in op familiespellen en expertspellen (zoals dat heet). De echte kinderspellen laten we dus (voorlopig) even achter ons. Misschien dat we daar op termijn wel de handen in elkaar slaan met een gespecialiseerde uitgever of een jeugdorganisatie. We zullen zien.

Maar goed, op die eerste familiespeldag stelden we enkele spellen voor, waaronder (Crazy) Coconuts, toen in de top 3 van Boardgamegeek children’s games, nu nog steeds op een stevige zesde plaats. Ook Welcome to… stelden we toen voor aan jullie. Bijna een jaar later, nu het Spellenspektakel in Utrecht nog volop aan de gang is, zien we dat onze keuze goed zat. Welcome to… kaapte de Nederlandse spellenprijs (categorie Familiespel) weg voor de neus van Clever en de Kwakzalvers van Kakelenburg, toch ook geen lichte tegenstanders. We hadden zelfs enkele exemplaren in de aanbieding… mét een mooie korting, wat zeker door onze leden gesmaakt werd. Het lijkt wel alsof we een glazen bol hadden, maar neen, die hebben we niet.

Welcome to… winnaar van de Nederlandse Spellenprijs 2019. In een volgende editie prijkt dat vast op de doos.

Maar de lat lag hoog. Ook voor deze spelmarathon wilden we enkele leuke spellen voorstellen. Een ervan, The Magnificent, staat al een tijdje op onze radar en alle contacten waren gelegd. We zijn echter niet de enigen die het potentieel van The Magnificent zagen, want de hele voorraad vliegt razendsnel de deur uit. De volledige stock moest dus mee naar het Spellenspektakel en aan de verkoopcijfers te zien, zal die voorraad niet tot Sinterklaas meegaan. Geen The Magnificent onder de kerstboom dus (tenzij je al eentje gekocht hebt, natuurlijk), want de tweede druk is geplant, maar zal pas in 2020 in de winkels liggen. Wij zullen hem dus niet demonstreren, maar als je hem zelf hebt, breng hem zeker mee. Dat spel gaat vast nog in de prijzen vallen, daar heb je zelfs geen glazen bol voor nodig.

The Magnificent, nog maar net uit en de eerste druk is quasi uitverkocht (uit welingelichte bron)

Tijdens het rondneuzen op Spiel, Essen, hebben we natuurlijk wel enkele leuke familiespellen op de kop getikt. Onze spelmarathon is er immers voor iedereen, ook voor gezinnen met kinderen, ook voor liefhebbers van lichte, maar vooral leuke familiespellen. Het eerste dat in ons winkelmandje belandde, was een evidentie. Roll & write spellen zijn in, denk maar aan Qwixx en Clever en al hun varianten. Ook Welcome to… is een roll & write, waar de roll eigenlijk een draw is geworden. We kiezen dus voor een draw-variant van roll & write (kan je nog volgen?): Trails of Tucana. Het doel is het beste wegennetwerk te bouwen op je eiland, zodat dorpen en bezienswaardigheden met elkaar verbonden worden. Eenvoudig en toch weer niet. Het spel heeft een boel kleine varianten en twee verschillende eilanden: Isla Petit en Isla Grande, waarbij je eigenlijk kiest voor een korter (eenvoudiger) of een langer (complexer) spel. Ook solo kan je aan de slag, maar dat is nu niet echt het doel van een spellenvereniging 😉 Zeker eens proberen dus.

Het tweede spel dat we niet konden laten liggen is (Het ongelooflijke) Dierencircus, een grappig kaartspelletje waarbij je zoveel mogelijk circusdieren en -artiesten in je scorestapel verzamelt. De regels zijn doodeenvoudig, want in je beurt trek je een kaart (van je persoonlijk trekstapel) en speelt dan een kaart uit je hand. De speciale acties van de kaarten tillen dit spel naar een hoger tactisch niveau, waarbij je de plannen van je tegenspelers zalig kan dwarsbomen. Al kan dat natuurlijk soms ook in je eigen gezicht ontploffen. Nu ja, een spelletje duurt amper een halfuur, ideaal voor dat “nog een keer”-gevoel.

Mijn petekind staat zot van draken, en door haar ook mijn dochter. Niet verwonderlijk dus dat spellen als Fonkelschat (en de opvolger: Het drakenei) en Drakenschat zo hoog scoren hier thuis. Kinder- en familiespellen met draken raken dus een gevoelige snaar. Met verhoogde nieuwsgierigheid bekijk ik deze spellen, het zijn immers de spellen die ik nog vele jaren op een regenachtige avond zal spelen. Ik vind het dus fantastisch dat World of Draghan, een nieuwe drakenuniversum, in spellenland is gecreëerd. Twee spelletjes zijn er al uitgebracht, het eerste is Guitige Ouwe Draakjes, een race in het Betoverde bos (of in de Woeste bergen, voor meer ervaren spelers). Racen en draken, ik ken er twee die door het lint zullen gaan. Voor liefhebbers van chaotische programmeerspelletjes (zoals Roborally, om gewoon even dé standaard te noemen) is dit een must. Voor echte experts is er ook een draft-variant. Draften maakt een spel wel langer, maar vaak evenwichtiger en eens zo leuk (en sinds Sushi Go en Best Treehouse Ever is het ook bij familiespellen een gekend spelmechanisme). In je beurt mag je gaan programmeren, maar niet alleen bij jezelf. Je speelt de programmeerkaarten (gedekt) bij jezelf en bij de andere spelers. En dan maar hopen dat je over de finish geraakt, niet zozeer als eerste, wel het verste. Ook dat is een leuke twist… om duimen en vingers van af te likken. Tenzij je een controlefreak bent, dan laat je deze beker met chaos best aan jou voorbijgaan.

Once upon a Dragon (Er was eens een draak) is het tweede drakenspelletje. Een coöperatief spel (dat hadden we nog niet hé) waarin (tot) zes dappere avonturiers op pad gaan om een ouwe bloeddorstige draak te verslaan… als ze hem eerst vinden natuurlijk. Een coöperatief spelletje voor zes dappere krijgers, dat kan toch niet anders dan een hit worden op elk verjaardagsfeestje? Ligt hier dan toch ergens een glazen bol?

Zoals je ziet, het wordt weer een spelmarathon om duimen en vingers van af te likken. Op de spelavond, op Facebook en op ons slack-kanaal worden al afspraken gemaakt om spellen mee te brengen en uit te proberen. Liefhebbers van het zwaardere werk komen zeker aan hun trekken en fanaten van het lichtere genre vinden ook zeker hun gading. Ook kinderen (pakweg vanaf 8 jaar) zullen zeker wel iets leuks vinden (zie onze leuke selectie hierboven). Geen wonder dat Het Laatste Nieuws, regio Mechelen, onze spelmarathon tipte voor het verlengd weekend.

Uiteraard hebben we een beperkt aantal van bovenstaande spellen aan een mooie prijs in de aanbieding. Ik had bijna gezegd “aan beurspijzen”, maar gezien de prijzen op Spiel is dat niet echt reclame. Wij bieden dus een mooie promotie. Zij die onze vorige edities herinneren, weten best wat dat wilt zeggen.

Vanaf de spelmarathon kunnen ook lidkaarten voor 2020 gekocht worden. Nieuwe leden die willen aansluiten, sluiten dus gelijk aan tot december 2020 (aan dezelfde prijs). Ook dat is toch een opsteker?

Hoog mikken

Een van de redenen waarom we twee jaar geleden Spellenclub Mechelen hebben opgericht, was deelnemen aan de tornooien van BFVS (FBJS) als spellenclub. Daarvoor namen onder andere Patrick en Anja ook al deel, maar ze deden dat soms onder een andere vlag, soms als vrije speler. Binnen onze club vonden Anja en Patrick algauw gelijkgezinden. Tornooien werden meteen aan stuk aangenamer: carpoolen is niet alleen praktisch, maar ook leuk, net zoals samen een dag op tornooi hangen, samen de overwinning vieren en samen een nederlaag verteren… Zoals Spring & Kabouter Plop al zongen “alles is leuker met je vrienden om je heen” of, voor zij die dat niet kennen, grijp ik maar terug naar het eeuwenoude gezegde: gedeelde vreugd, dubbele vreugd, gedeelde smart, halve smart.

Ook ons clublogo, vermenigvuldigd op tal van truien en t-shirts, maakte onze club niet alleen zichtbaar en herkenbaar, het creëerde ook een groepsgevoel, een clubgevoel. Dat onze spelers dan nog regelmatig in de prijzen vallen, is mooi meegenomen en ongetwijfeld iets om trots op te zijn. De tornooiwinst is al enkele keren naar Spellenclub Mechelen gegaan en in 2018 vielen we ook op de Belgische finale in de prijzen. Onze club deed het zelfs zo goed dat we ons in het clubklassement wisten te kwalificeren voor de Europe Masters, het Europees kampioenschap op Spiel in Essen, Duitsland.

Wie zaterdag op Spiel rondliep, moest dus niet uitkijken naar Wiebke en Philippe, Stijn en Patrick. Neen, zij verdedigden op 26 oktober 2019, onze clubkleuren (ok, bij wijze van spreken, want we hebben geen officiële clubkleuren). Vier spellen werden opgelegd: Coimbra, Solenia, Gugong en Newton. Tijd is geld, zeker tijdens Spiel, dus voor elk spel werd een (zeer) beperkte tijd opgelegd, respectievelijk 2h, 1h, 1h45 en 2h. 38 ploegen namen deel, wij eindigden op een verdienstelijke 19de plaats… recht in het midden. Zo wisten we ons toch tot in de eerste kolom (of de bovenste helft) te worstelen. Dat smaakt naar meer! Een eerste keer op het Europees kampioenschap, je zou van minder overdonderd zijn. Volgend jaar, met een pak minder zenuwen, zal het al veel beter gaan. En wie weet ook met een andere selectie spellen. Het parcours kan je niet altijd op het lijf geschreven zijn.

Jaja, er komt inderdaad een vervolg. Dit jaar wisten we op het podium te eindigen in de ploegencompetitie. Met onze derde plaats hebben we weer een ticketje Essen bemachtigd. En zo zie je maar, Spellenclub Mechelen gaat echt de internationale toer op, niet alleen met 18xx, maar ook met kurkdroge en staalharde eurogames. Een extra reden om je t-shirt of trui met extra trots te dragen.

Ondertussen zitten alle tornooien van dit seizoen er weer op, er rest enkel nog de finale op zondag 1 december. Maar niet getreurd, in februari volgt wellicht een nieuwe “dag van de speler” waar de spellen voor het volgende seizoen worden voorgesteld. Dus als het begint te kriebelen, spreek gewoon even onze vaste tornooispelers aan, ga de sfeer opsnuiven en niet vergeten: altijd hoog mikken.