Moord & brand… en veel natuurgeweld

Sinds 1 januari zijn rookmelders in alle woningen verplicht en dat is een zeer goede zaak. Brand is immers een gemene vijand: de verzengende hitte van het vuur, de versmachtende kracht van de rook, zeker ’s nachts nemen ze je vliegensvlug te grazen. Twee keer ben ik in mijn leven geconfronteerd geweest met een brand, de laatste keer was mijn residentie in Parijs. Toen ik aankwam was het een flauw flikkerend licht achter een van de ramen op de vijfde verdieping, de bovenste verdieping ook en dan nog net onder het dak en helemaal op het einde van een van de vleugels van het gebouw. Toch mocht niemand nog binnen, iets wat ons op dat moment ridicuul en totaal overdreven leek. En toch…

De brandweer was er op minder dan vijf minuten, de kazerne lag immers op minder dan 500 meter. Niet veel later zagen we aan de schaduwen en schimmen in de bewuste kamer dat de brand snel geblust zou zijn. Zou, dat zeg ik er alvast bij. Want toen, toen iedereen eigenlijk dacht dat het allemaal voorbij was, vatte het dak vuur en in enkele seconden verspreidde het vuur zich door de nok van het dak over het hele gebouw. Het vlampunt van het dakgebinte was bereikt en de hele bovenste verdieping werd een inferno. Het vlampunt, ik zal het nooit meer vergeten. Iets wat voordien nog een abstract begrip leek uit mijn lessen thermodynamica werd toen een voorbeeld om nooit te vergeten…

Parijs 2011, brand op de bovenste verdieping. 10 minuten na de uitbraak ging het dak in vlammen op.

Sindsdien kijk ik anders naar vuur. Op reis zie ik af en toe bossen branden, in Kroatië, op Cyprus, in Griekenland… om de zoveel tijd kan (moet) ik nog eens een bosbrand aanschouwen… gelukkig steeds vanop een veilige afstand. En dat zijn maar kleine branden, toch in vergelijking met wat er zich de afgelopen maanden in Australië mocht afspelen.

Bosbranden en woningbranden, het is een thema geworden dat ook bij kinderen begint te leven en nog meer bij leerkrachten en begeleiders. Niet verwonderlijk dus dat ik onlangs een vraag kreeg om mee een didactische en pedagogische spelnamiddag uit te werken voor scholieren.

Onmiddellijk denk je dan aan Flash Point: Fire Rescue, een spel dat ook in mijn kast staat te pronken en een van de weinige coöperatieve spellen is dat ik graag speel. Ik heb het nooit zo gehad met Pandemie (hoewel dat nu, met het corona-virus ook wel voer zou zijn voor een educatieve spelnamiddag), maar Flash Point scoort hoog bij mijn persoonlijke favorieten. Het basisspel is haalbaar, de eerste uitbreidingen zijn al behoorlijk pittig en de laatste uitbreidingen (Dangerous Water en Extreme Danger) zijn wat ze beloven: extreem en gevaarlijk. Ik heb ze dus nog nooit gewonnen. Flash Point vind ik zelfs zo goed, dat ik het zonder al te veel aarzelen op Steam heb gekocht en ik heb er nog geen moment spijt van gehad. Daar komt Flash Point immers helemaal als solospel tot zijn recht. Geen gedoe met opzetten, maar onmiddellijk aan de slag. Twaalf verschillende huisjes krijg je en daar ben je echt wel een tijdje zoet mee.

Van een woningbrand naar het woeste natuurgeweld. Bosbranden in een spel, ik kon er niet zo direct eentje bedenken. Vulkaanuitbarstingen dan weer wel. Er is een leuk oudje, dat ondanks een heruitgave toch behoorlijk in het verdomhoekje is beland: (The Downfall of) Pompeii. Dat is een geniaal spel in twee grote fasen: voor de uitbarsting van de Vesuvius moet je burgers in Pompeii plaatsen, na de uitbarsting moet je die burgers dan laten vluchten en redden. Een gemeen spelletje, dat is het, want in de eerste fase keil je onverbiddelijk burgers van je tegenspelers in de vulkaan (dat kartonnen ding is dus niet zomaar een gimmick), in de tweede fase is het redden wie zich redden kan en dan laat je de andere burgers koelbloedig verzwelgen door de kolkende lava. Het klinkt ongelooflijk wreed (en in werkelijkheid zou het dat ook zijn natuurlijk), maar het is vooral ongelooflijk plezant.

Nog een ander vulkaanspelletje is Eruption. Dat dit spelletje nog geen heruitgave heeft gehad is triest, intriest. Dit is een geweldige afsluiter van de avond. Met zes spelers kan je aan de slag. Je hebt een dorpje op het strand van een vulkaaneiland en jammer, maar helaas, het is niet al peis en vree. De vulkaan barst uit en er zit maar één ding op, namelijk jouw dorpje beschermen door de kolkende en stomende lava af te leiden… naar je buren, uiteraard, want die moeten maar niet naast jou hun dorpje hebben. Eat this, take that… geen backstabbing, maar lekker in your face. Ja, ik geef het toe, ik vind het in het Engels net iets leuker klinken. In het Nederlands noem je dat gewoon een pestspelletje. Ander woord, maar wel krek hetzelfde.

Eruption en Pompeii zijn lachen, gieren en brullen. Het zijn spellen waar sfeer hangt aan tafel. Echte aanraders dus voor iedereen die tegen een stootje kan. Er is zelfs nog een ander vulkaanspelletje tot torenhoog scoort bij mij, Taluva, maar dat is minder gruwelijk. Ok, af en toe worden een paar hutjes verzwolgen door de lava, maar die kunnen je soms ook de overwinning opleveren. Zo lijkt een vulkaanuitbarsting soms een vredige bedoening, maar vergis je niet, ook Taluva is ongemeen hard, zoals een spel hoort te zijn dus… nu ja, ook dat is (maar) mijn mening.

Bron: Boardgamegeek.com

Maar toch nog even terug naar het begin: heb jij al je rookmelders opgehangen thuis? En weet jij overal de nooduitgangen zijn? Het zal bij mij wel een combinatie van ervaring en beroepsmisvorming zijn, maar weet dat een snelle en vlotte evacuatie letterlijk levens kan redden. Want Flash Point mag dan wel geweldig zijn, je wilt het niet meemaken in real life.