Wie zoekt, die vindt!

Het was stil op onze blog. De zomervakantie en een hoop persoonlijke beslommeringen (zoals een verhuis en sollicitaties) tijdens een zinderende hittegolf zitten daar vast voor iets tussen. Exact een maand geleden hielden we onze spellenmarathon in Den Hangar op Transit M, de aankondiging daarvoor is dus van nog langer geleden. En in die aankondiging schreef ik “Ik moest vaststellen dat er in De Spelfanaat nog pareltjes stof staan te vangen, zowel in onze spellenmuur als in de rekken voor verkoop. Iedereen loopt er argeloos voorbij, misschien kent niemand ze nog, dus ik zal er eens een stukje over schrijven.” Belofte maakt schuld!

spelfanaat

Het is vakantie, geen beter moment voor dit stukje. Want menig spelfanaat kent het wel: op vakantie of op daguitstap kom je een spellenwinkel tegen en meteen is daar de drang om binnen te wandelen. Natuurlijk heb je al een gigantische verzameling, uiteraard bots je weer op hetzelfde aanbod van 999Games, White Goblin Games en Asmodee, maar toch. Ik ben daar geen uitzondering op, maar ik winkel dan ook graag. Boekenwinkels, muziekwinkels, spellenwinkels… ik kan er uren in rondhangen. Vooral omdat zulke winkels iets vertellen over de cultuur van de inwoners van die stad of land… of toch zeker over de klanten.

Zo heb ik drie jaar in Parijs gewoond en daar had ik drie vaste spellenwinkels: Variantes, Starplayer en Jeux Descartes. Bij andere winkels kwam ik veel minder, al verdient Troll2Jeux wel een eervolle vermelding omdat ze een heel actieve World of Warcraft Miniatures community hadden en ik er regelmatig tornooien ging spelen. Maar goed, drie vaste winkels dus. Variantes was gegroeid uit een schaak- en tarotwinkel. Hun aanbod aan grote spellen was quasi onbestaande, maar hun assortiment kleine spelletjes was onuitputtelijk. Spelletjes die in je jaszak passen, die je in twee minuten uitlegt en die je speelt op café, je vond ze en masse bij Variantes. Jeux Descartes was het andere uiterste: kleine spelletjes en kaartspelletjes hadden ze wel, maar vooral omdat klanten er nu eenmaal naar vroegen. Zij waren gespecialiseerd in de zware en lange eurogames. De winkel lijkt van buiten onooglijk klein, maar vergis je niet, ze hebben een benedenverdieping die volgestouwd is met spellen. Als ik ooit een kelder moet inrichten tot speelzaal, ik zou prompt mijn licht gaan opsteken bij Jeux Descartes. Starplayer was gespecialiseerd in import games en is daardoor iets bekender bij niet-Franstaligen omdat ze een uitgebreid Engelstalig assortiment hebben: veel wargames en de epische Fantasy Flight Games (zoals Twilight Imperium, Descent, Arkham en Eldritch Horror). Drie winkels op een boogscheut van elkaar, maar wel met een zeer sterk verschillend assortiment en dus ook totaal verschillende klanten.

In Mechelen hebben we niet zoveel spellenwinkels, laat ons gewoon eerlijk zijn, maar eentje die naam waardig. Als je spellen zoekt, dan moet je naar De Spelfanaat. Toen De Spelfanaat nog tegenover de Stadsschouwburg was, liep ik regelmatig binnen. Er kwamen toen veel minder spellen uit en zowel voor spelers als voor winkels was het mogelijk (quasi) alle nieuwigheden te volgen. De dag van vandaag is het kiezen: er komt massaal veel uit, zowel bij uitgevers als op Kickstarter, en een winkel is geen ballon. Een winkel kan dus onmogelijk alles aanbieden, specialiseren dan maar of een goed gemiddelde aanbieden. Kiezen is vaak verliezen, maar die keuze moet je als klant niet maken, dus je moet er ook niet over zagen. Staat de winkel je niet aan, blijf er dan weg.

Zoals trouwe lezers ongetwijfeld al weten, heb ik een nogal afwijkende spellenvoorkeur. Ook ik heb dus een tijdje gedacht dat ik in De Spelfanaat niets te zoeken had. Mijn eerste indruk was immers het typische spellenaanbod: Catan, Carcassonne, Ticket to Ride en enkele jaren later kwamen daar Stenen Tijdperk, Dominion, Istanbul en Pandemie bij. De ene stond al jaren in mijn kast, de andere zou nooit in mijn kast komen. Wat had ik dan te zoeken in De Spelfanaat? Veel… zoals later is gebleken.

Er staan in De Spelfanaat pareltjes, volgens mij toch. Want dat moet ik even nadrukkelijk zeggen. Luc en Jonathan zullen je deskundig advies geven wanneer je hen dat vraagt. Maar elk speladvies is subjectief. Ze willen je echt niet het duurste spel verkopen, ze willen je een spel verkopen waar je zo goed als zeker plezier aan beleeft. Hoe beter jij kan vertellen wat je wel en niet leuk vindt, hoe beter het advies. Maar het blijft advies. De pareltjes die ik hier zal overlopen, zijn dus ook hebbedingetjes in mijn ogen. Er is geen garantie dat jij ze leuk zal vinden, maar ze zijn zeker de moeite waard om eens van naderbij te bekijken. Maar het allerbelangrijkste is dat je ze kan vinden in De Spelfanaat, je kan ze kopen en onmiddellijk mee naar huis nemen. Eens rustig rondkijken in de winkel, verder kijken dan je neus lang is, is dus de boodschap. De Spelfanaat is echt wel meer dan Carcassonne en Catan.

Ik ben een grote fan van racespellen. Racen pur sang, daar ben ik altijd voor te vinden: Cartagena, Flamme Rouge, Ave Caesar, Snowtails, Thunder Alley speel ik altijd graag mee. Maar het racespel waar je onmiddellijk aan denkt (of toch zou moeten denken) is Formula D (vroeger Formula Dé). Hier (foto links) word ik dus prompt vrolijk van, maar er is meer (foto rechts).


Achteraan de winkel, in de gang naar de speelzaal, staat immers de oude versie te pronken. Toegegeven, de tracks zijn gespeeld, vertonen flink wat shelfwear, maar Spa Francorchamps is zowat het beste circuit in de hele Formula Dé-reeks. Ik denk niet dat Luc het snel zal verkopen, maar liefhebbers die hem willen hebben, kunnen altijd proberen (minstens €50 het afgelopen jaar, momenteel $80 op Boardgamegeek). Wil je hem gewoon spelen, dan weet je hem meteen ook staan. Tien oude racetracks dus (2 in de basisdoos en 8 van uitbreidingen), we zouden gelijk onze eigen Formula Dé-competitie kunnen opzetten.

Even terug naar die eerste foto. Een tweede element waar ik in een spel van hou is chaos of onvoorspelbaarheid als je dat liever hoort. Bij chaos denk je meteen aan Roborally en dat is goed. Vooral omdat dit spel niemand onberoerd laat: love it or hate it. I love it! Vooraan in de winkel staat dus de nieuwe editie: plastic robots en speelbaar met 6. Maar Roborally werd voor het eerst uitgegeven door Wizards of the Coast in 1994. Die versie was speelbaar met vier en kreeg verschillende uitbreidingen, waaronder Armed & Dangerous en Crash & Burn. Met Armed & Dangerous kon je het gelijk met acht spelen. Beide uitbreidingen zijn dure verzamelobjecten geworden. Ook de eerste versie van Wizard of the Coast is een rariteit. Dit gezegd zijnde, vond ik dit.

Een Wizards of the Coast-editie dus (foto midden), gebruikt en met shelfwear, maar toch. En van Amigo de Crash & Burn-uitbreiding in folie (foto rechts). De laatste Crash & Burn die op Boardgamegeek in folie verkocht werd, ging $125. Vraagprijzen liggen momenteel natuurlijk nog hoger. Ben je verzamelaar en ontbreekt deze in je collectie, er staat er eentje klaar.

Nu we toch bij de chaotische racespellen zijn, heb ik nog een mooie aanrader. Asteroyds van Fred Henry (co-auteur van o.a. The Adventurers en Conan) is een ruimteversie van Roborally die mogelijk nog chaotischer is. Ik heb Asteroyds veelvuldig getest voor Fred en Roborally-fans moeten deze zeker eens een keer proberen. Lees er gerust mijn review op Boardgamegeek op na.

Een ander racespel waar mijn oog op viel en dat binnenkort een remake zou krijgen, als ik me niet vergis, is Mississippi Queen, uitgegeven door Goldsieber. Bij dit spel vaar je met je stoomboot de Mississippi af en moet je onderweg passagiers oppikken. Het leuke is dat je met je boten elkaar mag rammen, duwen en blokkeren. Niet voor niets het Spiel des Jahres in 1997!

En daarmee laat ik de racespellen achter mij, maar ik wil wel even terugkomen op de foto van Crash & Burn. Daarnaast staat immers een klein doosje van Grey Fox dat echt alles heeft om niet op te vallen: een onleesbare titel van het spel, een grauwe doos en een dito naam van uitgever. Maar laat je niet om de tuin leiden, dit spelletje is 7 Ronin en ik heb het er al eens eerder wat uitgebreider over gehad (zie Just the two of us). Dit tweespelerspelletje is een kanjer van een breinbreker. Toevallig heb ik het dit weekend nog met David gespeeld en het was spannend tot de laatste ronde (met een nipte overwinning voor de ninja’s). Hou je van een mentaal steekspelletje, dan kan ik deze ten zeerste aanraden. Dus rep je naar de winkel, want er is er welgeteld een.

In datzelfde stukje (Just the two of us) heb ik het ook over 13 Days: The Cuban Missile Crisis. Ook deze staat te pronken in de winkel. Deze korte versie van Twilight Struggle (45 minuten) is een prima opstapje naar het zwaardere (eigenlijk vooral langere). Als je afknapt op het thema (m.a.w. Cuba in oktober 1962 interesseert je geen moer), dan kan ik dat wel begrijpen, maar als je daarom het spel links laat liggen, heb je zwaar ongelijk.

13 Days staat in de winkel trouwens in goed gezelschap. Geflankeerd door 1846: The Race for the Midwest (neen, ik zal niets zeggen over 18xx) en Ascension: Return of the Fallen, zou het zo een plaatje uit mijn eigen spellenkast kunnen zijn. Ascension: Chronicle of the Godslayer was de eerste deckbuilder die meeliftte op de Dominion-rage, maar de markt (of het aanbod) verving door een dynamische rij kaarten (6 om juist te zijn), zo weet je meteen waar de makers van Star Realms de mosterd zijn gaan halen. Ik vind hem pakken beter dan Dominion en afgeleiden. Deze Ascension: Return of the Fallen is de eerste uitbreiding/variant in het Ascension-universum. Het is een tweespelerdoos (wat ik aanraad, want ik vind Ascension met meer dan twee maar niks) en interessanter dan de basis, zonder een overdaad aan regels en exta’s in te voeren. Het feit dat hij nog steeds (al 8 jaar dus) in mijn kast staat, wilt ook al wat zeggen.

Een ander spel dat ik totaal niet had verwacht in De Spelfanaat is een korte wargame: Melee (foto links). Helaas niet de zeldzame eerste versie (daar zijn er maar 500 van gemaakt) van La Mame Games (die ook The Profiteers hebben uitgebracht, maar dat ligt niet in de winkel). Melee is een wargame voor 2 tot 4 spelers en in de regels staat letterlijk: “Beware: this is a short violent game that can end very suddenly!” Niet voor doetjes dus en voor mij gelijk liefde op het eerste gezicht.

Nu ik toch bij de wargames ben, gewoon even vermelden dat er een Lord of the Rings Risk (foto midden) staat stof te vangen. Nu mag je denigrerend doen over Risk, het is en blijft een aardig spel dat zijn strepen heeft verdiend als opstap naar het zwaardere werk. Zelf vind ik Risk 2210 de beste, maar ook Godstorm en Lord of the Rings zijn aardige varianten. Kan je Risk appreciëren, dan raad ik je zeker aan om deze eens te proberen.

Een veel minder gekende wargame, maar toch een die ik leuk vond om te spelen, is Magnifico (foto rechts), of voluit Magnifico: Da Vinci’s Art of War. Deze lichte wargame doet veel denken aan Risk, maar je kan je specialiseren en oorlogstuig bouwen (alle geïnspireerd op de machines van Leonardo de Vinci). Ik vond hem heel aardig spelen en ik zou zo gelijk weer aanschuiven.

Voor Battlelore (first edition)-fans, geef ik ook even mee dat er nog een uitbreiding Battlelore Dragons (foto links) staat te wachten op een verzamelaar. De eerste editie van Battlelore is massaal veel beter dan de tweede editie, enkel de opzettijd is enorm (en dat is nog een onderschatting). Maar goed, alle Battlelore-aanhangers die ik ken hebben deze uitbreiding al en dat zal zowat voor iedereen gelden.

En dan staan er deze exemplaren: Fief (oude versie foto rechts, recentere versie foto midden) en Fief 2 (foto rechts). Ik geef toe, niet de laatste editie. In Frankrijk stonden er velen zot van, al is een stevige portie chauvinisme daar niet vreemd aan (het speelt zich af in Frankrijk 1429 en is ontworpen door een Fransman). Fief is een diplomatiespel, in de stijl van Diplomacy, A Game of Thrones en Rex. Zelf ben ik nooit aan spelen gekomen, ik ben wat afgeknapt op Diplomacy en heb voor diplomatiespellen de boot heel lang afgehouden. Zonde eigenlijk, maar goed. Ik raad aan om wat reviews (zoals deze) te lezen, want dit is een stevig spel met flink wat eigenaardige kantjes. Diplomatie is immers één, de willekeur is twee.

Iets totaal anders, een kaartspelletje dat ik totaal niet verwacht had in De Spelfanaat (en dat ik eigenlijk nergens in België zou verwachten) is Dark Matter. Dit spel, van Spaanse makelij, is totaal onder de radar doorgevlogen op Spiel 2015, hoewel alles er goed uitzag: vormgeving, materiaal, regels… het intrigeerde, het sprak aan, het had iets. Ook ik moet toegeven dat ik het nooit gespeeld heb, maar tot op heden staat het in mijn kast. Het spreekt me nog steeds aan en ik wil het echt een keer spelen. Wie weet vind ik nu een gelijkgezinde!


Ik vermeldde al Battlelore: Dragons. Er is nog zo een uitbreidinkje dat niemand nog verwacht, maar dat er toch ligt. GIPF Project Set 2. Kris Burm heeft zijn GIPF-reeks ontwikkeld als metagame, waarbij je in een GIPF-spelletje extra stukken mag inbrengen (met speciale eigenschappen, de zogenaamde potentials) op voorwaarde dat je dan een ander spel wint, bijvoorbeeld wil je een stuk met YINSH-eigenschappen inbrengen, dan zal je eerst een potje YINSH moeten winnen. Inderdaad, je moet dus het GIPF-spel laten liggen en een spelletje YINSH opstarten. Voor deze metagame zijn er drie project sets uitgebracht. Nummer 2 ligt in De Spelfanaat. Ik zeg het maar, je weet maar nooit.

En dan zijn er een heleboel spellen die de moeite waard zijn om te vermelden, niet zozeer omdat ze speltechnisch superieur zijn, maar wel omdat ze een bijzonder thema hebben, eentje dat bij thematische verzamelaars kan aanslaan. Het eerste is Essen The Game (is daar verduidelijking bij nodig?), dan heb je ook Goldbräu (waar je een brouwerij met bijhorend café runt, in het spel zitten zelfs bijhorende bierviltjes) en ook Urland (het vervolg op Ursuppe [Primordial Soup]), weliswaar minder iconisch, maar toch. Neen, geen superspellen, maar nu ook geen draak van een spel, gewoon aangenaam om eens te spelen op, jawel, een thema-avond.

Veel degelijke spellen zag ik, vaak al enkele jaren oud en daardoor in het vergeethoekje geduwd. Navegador en Imperial 2030 (twee rondelspellen van Mac Gerdts), Homesteaders (in de Masterprinteditie van Quined), de broertjes Dungeon Lords en Dungeon Petz, en -minder gekend- UR, van What’s your game? Voor iedereen die wel te vinden is voor een abstract spelletje, kan ik ten zeerste Blockers aanraden. Dit fillertje staat bij mij even hoog als Einfach Genial (Genius, nu uitgegeven door White Goblin Games). Speelbaar met 2 tot 5 spelers, voldoende diepgang en het kan serieus gemeen uitpakken. Zeker de moeite waard, we leggen het niet voor niets al enkele familiespeldagen op tafel.

De grote namen liggen natuurlijk ook in de winkel, Ticket to Ride bijvoorbeeld. Bijzonder goed is de kleine uitbreiding 1910, die Ticket to Ride USA meerdere niveaus omhoog tilt. De spelvariant 1910 of Big Cities maken dit spel ongemeen hard, ook voor 2 en 3 spelers. Mocht je vinden dat je elkaar op dat grote bord niet genoeg voor de voeten loopt, dan moet je deze absoluut toevoegen aan je collectie. Een ander voordeel is ook dat je daardoor grote (bridge size) wagonkaarten krijgt. Ook dat vind ik een meerwaarde. Over 1912, de uitbreiding voor Ticket to Ride Europa, kan ik niet veel zeggen. Ik ben geen grote liefhebber van Ticket to Ride Europa, die laat ik liever aan mij voorbijgaan, maar ik veronderstel dat dit uitbreidinkje zowat hetzelfde doet als 1910. Daarover vind je vast wel meer op Boardgamegeek.

Pandemie is de andere grote naam waar ik toch wat over wil zeggen. Pandemic Legacy Season 1 heb ik uitgespeeld. Sterk en boeiend spel, maar ik was al geen Pandemiefan en na dat eerste seizoen heb ik er mijn buik ook van vol. Ben jij wel altijd te vinden om de wereld te verlossen van een boel enge ziektes, dan kan ik zeker Pandemic The Cure aanbevelen. En voor de verzamelaars kan de verjaardagseditie misschien wel een meerwaarde bieden.

Zoals ik al zei, ben ik een grote liefhebber van spellen in kleine doosjes, met dank aan Variantes in Parijs. Een molen met kaart- en dobbelspelletjes trekt dus zeker mijn aandacht. De 999Games-molen in De Spelfanaat mag er zeker zijn: zo zie je Tybor der Baumeister staan. Zonde dat die niet in het Nederlands te verkrijgen is, maar zeker en vast de moeite. Laat je trouwens niet misleiden, het is niet enkel Duits, alle kaarten zijn tweetalig Duits-Engels. Er net onder staat L.a.m.a. Dat heb ik nog niet gespeeld, maar ik herkende de naam als een van de genomineerden voor de Spiel des Jahres van dit jaar (het moest de duimen leggen tegen Just one). De Spelfanaat heeft dus zeker spellen die bij vele spelers gaan aanslaan.

Een andere zijde van de molen toonde een veelvoud aan spellen die bij mij thuis regelmatig op tafel komen: Lost Cities (de nieuwe editie in een handig klein doosje), Take 5 (een klassieke klepper), Metropolis (The City ofwel de gestripte versie van San Juan, voor de ene te licht, voor mij net goed voor een “best of 5“), Gesjaakt (dat ik dan weer ken als No Merci en dat vroeger regelmatig in De Spelfanaat als afsluiter op een spelavond gespeeld werd) en natuurlijk (ik hou van chaos, weet je nog) Fluxx (hier Star Trek Fluxx), het spel met immer veranderende regels. Helemaal onderaan (op de zeer slechtbelichte foto, mijn fout ik weet het) zie je ook Qwixx. Dit dobbelspelletje heeft al tig varianten gekregen. Sommigen zullen nu wel zeggen dat Clever (en varianten) beter is, maar als standaard van roll & write kan deze zeker nog mee met de laatste nieuwe.

Ik vernoemde al Lost Cities. Ik heb Lost Cities als deel van de Kosmos tweespelerreeks. Babel, Rozenkoning, Zeus & Hera en Kahuna zaten ook in die reeks. Babel is ongemeen hard, Kahuna is een evenwichtsoefening, gelijk dansen op een slappe koord. Speel je graag een halfuurtje met z’n tweetjes, dan moet je deze maar eens zoeken.

Helemaal achter in de winkel vond ik nog deze, Best Treehouse Ever, een draftspelletje met veel meer diepgang dan Sushi Go, maar dat gestroomlijnder is dan bijvoorbeeld 7 Wonders. Leuke tekeningen, grappig thema en ideaal voor de hele familie.

Om af te sluiten, de spellen die het eerst in mijn oog sprongen toen ik op het idee kwam voor dit stukje: stevige spellen met wat shelfwear (dus niet altijd nieuw), maar die toch nog kunnen concurreren met de nieuwe lichting. De filler Condotierre (speelbaar tot 6, wat ook een voordeel is) bijvoorbeeld, maar ook Conquistador (vaak het broertje van El Grande genoemd, al is de gelijkenis beperkt) en natuurlijk, last but not least, een topper van formaat die mijn kast nooit zal verlaten, een spel dat in mijn ogen zowat alles heeft dat het moet hebben, Giganten. En toevallig ook het enige spel waar ik geen foto van genomen heb. Dan maar eentje uit mijn spellenkast, ook dat moet kunnen.

giganten.jpg

Cult of the New (part 1)

Er zijn veel redenen waarom spellenliefhebbers een spellenclub zoeken. De meest voorkomende is wellicht het zoeken van andere spelers en liefhebbers. Vrienden, buren en familie spelen misschien af en toe eens een spelletje mee, maar toch blijft de echte spellenliefhebber op zijn honger zitten. Soms wilt die meer en regelmatiger spelen, soms wilt die complexere, zwaardere of langere spellen spelen en soms wilt die gewoon telkens een nieuw spel spelen, wie weet zelfs in een totaal ander genre of thema. Allemaal redenen waar menig spellenliefhebber op een njet botste.

Ook in mijn vriendenkring weerklonk jaren geleden gezucht en gekreun wanneer ik -alweer- een nieuw spel op tafel wou leggen. Hoewel ik toen een beetje beteuterd het spel maar weer wegstak en terug good old Yspahan, Stone Age, Cartagena en Ticket to Ride bovenhaalde, ben ik nu toch wel blij met hun gemor, want net daardoor ben ik de meerwaarde van een spel veel te spelen gaan appreciëren. Elk van deze spellen heb ik minstens 50 keer gespeeld, dus ik kan met zekere kennis van zaken zeggen dat Ticket to Ride en Stone Age, hoewel inderdaad respectievelijk kaarten trekken en dobbelen, absoluut geen geluksspellen zijn. De willekeur van het kaarten trekken, de willekeur van het dobbelen en hoe ermee om te gaan, hoe die zaken naar je hand te zetten, dat is juist de charme van die spellen. De willekeur maakt ook dat een beginner een kans heeft tegen een ervaren speler, al is het dan een waterkans. Dat ligt enigszins anders met spellen zonder enige willekeur, zonder enige geluksfactor. Denk maar aan Caylus, de hele GIPF-reeks en andere abstracte spellen zoals Torres en Hive. Daar moet ik nog steeds de eerste tegenkomen die zijn eerste spelletje tegen een ervaren rot wint (en dan zal het wel een schaker zijn).

De hunker naar nieuwe spellen, ook wel the cult of the new, is een valkuil voor menig enthousiast beginner. Kopen is leuk, kopen werkt verslavend, dat weten we ondertussen al. Dat geldt dus ook voor spellen. Nieuwe spellen uitpakken: folie afscheuren en uitstansen (ook wel punchen), de onderdelen een voor een bekijken (zeker als het miniatuurtjes zijn) en dat alles met de geur van nieuw karton, ook dat werkt verslavend. Neem daarbij nog de voldoening van een mooi geordende spellenkast of -rek (hoeveel spelers herschikken niet regelmatig hun spellencollectie: op kleur, op grootte van de doos, op spelmechanisme, op thema, op auteur of alfabetisch?) en je bent vertrokken voor een koop- en verzamelwoede die je bankrekening (en wie weet ook je lieftallige partner) niet aankan.

De eerste drempel die je dan moet nemen is verkopen. Hoelang is het ook alweer geleden dat ik zei “verkopen, dat doe ik nooit“? Ik vermoed 2002, al ben ik niet helemaal zeker. Sindsdien zijn er gelukkig al aardig wat spellen vertrokken, steeds om plaats te maken voor andere. Smaak en voorkeur evolueren immers, dus een spellencollectie kan niet anders dan mee evolueren. Nostalgisch en sentimenteel vasthouden aan spellen is nefast voor je kast, dus ergens moet je zeker een lijn trekken.

Een tweede drempel die je moet nemen is het onderdrukken van je verzamelwoede en de drang om te hebben. Het is immers niet noodzakelijk dat je alles hebt. Completitis is een leuke term waar menig spellenliefhebber onder lijdt. En je kent ze vast wel, de spelers die elke uitbreiding hebben van, jaja, Catan, Carcassonne, Kingdom Builder, Dominion en Ticket to Ride. De melkkoeien van de spellenwereld worden al te graag losgelaten op onvoorbereide spellenliefhebbers. En dan heb ik het enkel nog maar over uitbreidingen. Op beurzen lanceren ze promo’s: een extra kaartje of pion, soms een nieuwe regel, vaak niet eens deftig gebalanceerd (useless of overpowered), maar wel zeldzaam, een rariteit en zo komen we bij fomo (fear of missed opportunity), waardoor velen vlot een kapitaal neertellen voor een promokaartje of -tegel.

Beslissen om een spel niet te kopen, blijft moeilijk. Kickstarter-junkies kunnen het weten. 28 dagen lang, 4 volle weken, wordt een spel op je losgelaten. Met leuke filmpjes en slogans, overbetaalde en zwaar subjectieve previews, de belofte van Kickstarter exclusives en een deluxe-versie die nooit in retail zal komen, weten de speluitgevers vlot de euro’s uit je zak te slaan. Mocht je toch niet onmiddellijk overstag gaan, dan helpt vaak een early bird (je weet wel: enkele euro’s korting als je de eerste dag instapt). Is er geen early bird, dan gaat de junkie elke dag eens kijken, benieuwd of er al nieuwe stretch goals zijn. Geloof me, die 28-dagencampagne is echt geen toeval. Het zal wel bewezen zijn dat meer dan 90% van de geïnteresseerden op die termijn wel zwicht. Mocht ook dat niet genoeg zijn, dan is er nog altijd Facebook, met groepen als “Kickstarter Boardgames-Cardgames BE/NL” waar velen luid roepen dat het spel toch zo geweldig is, dat ze het zeker gaan kopen en aankondigen dat ze een group pledge opzetten (je weet wel, zo kan je meer zooi kopen voor minder geld). Kritische stemmen hoor je zelden, enkel gelijkgezinden. Dat de meeste van die Kickstarter-spellen geen 3 keer op tafel komen en vaak 2 dagen na levering al in die andere leuke Facebook-groep “Gezelschapsspellenmarkt” staan, daar zwijgen we maar over. Toegegeven, ook ik heb Kickstarterspellen gekocht, velen zijn er al van verkocht, maar enkele houd ik en zijn toppertjes geworden. Je moet dus leren kritisch te zijn, neen te zeggen en vooral door de bomen het bos te blijven zien.

En zo kom ik terug bij mijn punt (wat niet eens mijn echte punt was, maar daarover later): een spellenclub is handig omdat je veel spellenliefhebbers ontmoet, met wie je kan afspreken. Je moet immers niet allemaal dat ene spel hebben. Door Pandemic Legacy: Season 1 is in mijn vriendenkring dat besef helemaal gekomen. Je kan dat spelen met een vaste groep, maar eens je het hebt uitgespeeld, is het gedaan. De escape room-spellen hebben dat ook: waarom zou elke speler in een vriendengroep ze moeten hebben? Eens je de oplossing kent, zijn ze -voor jou althans- onspeelbaar.

Lange leve de cult of the new, welkom bij Spellenclub Mechelen! Zodat je af en toe eens niet dat laatste nieuwe spel moet kopen, maar het wel op een spelavond kan spelen. Zodat je kan afspreken met anderen om elk om beurt een spel te kopen, dat spaart geld en plaats in je kast. Ook dat is je collectie optimaliseren.