Survival of the Fittest: Dominant Species

ds in de kijker

Spel in de kijker: Dominant Species – 2 februari 2019

Sinds Dolly, het allereerste gekloonde zoogdier (1996), de opkomst van genetisch-gemodificeerde organismen (van bacteriën over planten en insecten tot zelfs bepaalde zoogdieren) en recent genetisch-gemodificeerde baby’s (twee om juist te zijn, door de Chinese arts Jiankui He) wordt Darwins survival of the fittest steeds meer buitenspel gezet.

Toch is het die survival of the fittest waar menig bordspel op gebaseerd is. Ik geef toe, evolutie an sich wordt zelden gebruikt als spelthema. Origin (2013) schiet me meteen te binnen (een mooi uitgevoerd en aardig familiespel met pit) toont hoe de mensheid evolueerde en migreerde. Ursuppe (1997) was rond de eeuwwisseling razend populair, wellicht omdat het thema (als amoebe tracht je zo efficiënt mogelijk te migreren, te evolueren en te reproduceren) eens totaal anders was, een buitenbeentje dus. Het trage spelverloop en het gevaar op AP (je weet wel: analysis paralysis, waardoor de wachttijd richting oneindig schiet) hebben wellicht het spel de das omgedaan. Ook dat is survival of the fittest. Een andere leuke van die tijd is Evo (eerste editie: 2001; tweede editie: 2011), een van mijn toenmalige favorieten die ik aardig vaak heb gespeeld. In Evo tracht je jouw dino’s zo slim mogelijk te laten evolueren om hun dominantie op de planeet te verzekeren en hun overlevingskansen te maximaliseren. Tot de meteoriet inslaat natuurlijk, want dan gaat onherroepelijk het licht uit. Evo heeft mijn collectie in 2011 verlaten. Een van de schuldigen is Cyclades. Cyclades en Evo delen namelijk hetzelfde biedmechanisme, een biedmechanisme dat bij ons vooral bekend werd door de 999Games-versie van Amon-Ra (2003). In 2016 wist Evolution: Climate talloze spelers te charmeren. Het spel zelf doet haar naam alle eer aan, want Evolution: Climate is een herwerking van Evolution (2014), dat zelf al een herwerking was van Evolution: Origin of Species (2010). Het toont aan dat de ontwikkeling van een spel aardig wat testspelletjes, kritische spelers en schaafwerk vraagt. Evolution: Climate staat ook bij mij in de kast. Al bij het eerste spel was ik gecharmeerd, maar echt onverwacht was dat niet, ik hou wel van combo-kaartspellen, zeker van de stevigere soort (zoals Innovation, Omen en het onbekende Brawling Barons).

Om terug te komen op Evo, ik vond het geweldig: een venijnig biedmechanisme, aardig wat conflict op het spelbord en een leuk thema. Meer moest dat niet zijn. Althans, dat dacht ik toch. Cyclades combineerde net hetzelfde: bieden, conflict en een leuk -Oudgrieks- thema. Toch had ik een zwak voor het evolutie-thema en Evo kon en mocht perfect stof vangen in mijn kast, wie weet mocht het zelfs af en toe nog eens op tafel komen. Maar dan, nog geen jaar na Cyclades, kwam Dominant Species (2010). Alles wat Evo deed, deed Dominant Species echter beter. Het staat bij mij sindsdien op het hoogste schavot, broederlijk naast Cyclades.

ds

Algemene regels en principes

Dominant Species gaat over de komst van een ijstijd waardoor diersoorten moeten migreren en zich aanpassen om hun voortbestaan te garanderen. Tot 6 dierklassen kunnen het spel spelen, elk met hun eigen sterke eigenschap. Bovenaan de voedselketen staan de zoogdieren (één dier per ronde blijft gespaard van uitsterving), gevolgd door vogels (vliegen twee gebieden ver per verplaatsing), reptielen (zijn beschermd tegen één regressie per ronde), amfibieën (hebben één extra water-voedingspunt), spinachtigen (doden één extra dier per ronde) en insecten (brengen één extra dier per ronde voort). De voedselketen is enorm belangrijk, want die geldt als tiebreaker gedurende het hele spel. Zoogdieren hebben dus zeker een streepje voor. Ter compensatie begint men het spel in omgekeerde spelersvolgorde, dus insecten eerst. Dat klinkt misschien zwak, maar het is niet zo eenvoudig om het initiatief over te nemen. Die balans zit dus zeker goed.

Een ronde in Dominant Species bestaat uit twee grote fasen: het plaatsen van de actiepionnen (fase 1) en het uitvoeren van alle acties (fase 2). Inderdaad, Dominant Species omarmt het worker placement-mechanisme als geen ander. Geen workers, maar actiepionnen hier, maar what’s in a name? In spelersvolgorde (dus de eerste ronde insecten eerst, zoogdieren laatst) zet je een actiepion op een vrije plaats. Als iedereen al zijn actiepionnen heeft gezet, start fase 2. Het aantal pionnen is trouwens ook fijn gebalanceerd: 3 als je met 6 speelt, 7 als je met 2 speelt. Zoals steeds, eerst is eerst en op is op. Het aantal acties is beperkt, het aantal plaatsen is beperkt. Het plaatsen van je actiepionnen zal gepaard gaan met gezucht en gekreun, gemompel en vooral gevloek.

img_20190120_2015437945280392886285773.jpg

De tweede fase, het terughalen van je actiepionnen en het uitvoeren van de acties, is uiteraard de essentie van het spel. Je merkt duidelijk de onmiskenbare invloed van Caylus (2005). De eerste actie is initiative, waarmee je niet alleen één plaatsje stijgt in spelersvolgorde, het is ook een wacht-actie, m.a.w. je mag je actiepion alsnog naar een vrije plaats verplaatsen. Het belang van iets achter de hand te houden, is zelden belangrijk (later [laatst] spelen is immers vaak nadelig), maar bij momenten kan deze subtiliteit toch een enorme deining veroorzaken. De volgende acties hangen samen: adaptation spreekt voor zich, hier kan je evolueren en je aanpassen aan het aanwezige voedselaanbod. De daaropvolgende regression doet net het omgekeerde: hier verlies je net een modificatie (zal wel een allergie zijn). Hier tonen de reptielen hun sterkte. De samenhang van adaptation en regression gaat nog verder, want elke ronde schuiven de voedselfiches door (wat dieren niet lusten bij adaptation, zal dus afsterven bij regression).

Daarna komt een cluster van 3 acties. Bij abundance mag je een voedselfiche op het bord leggen, op de kruising van 3 zeshoekige tegels, waardoor de aangrenzende gebieden extra voedsel leveren. Bij wasteland zal er net voedsel verdwijnen van het bord en wel alle voedsel aan de rand van de gletsjer. De opkomende ijstijd eist z’n tol. En als dat niet genoeg is, kan de meest gemene speler bij depletion nog een voedselfiche naar believen van het bord weghalen. De uitsterving dreigt, maar laten we eerst de andere acties overlopen.

De volgende actie is glaciation, waar het hele spel om draait. Het is meteen de enige actie waar je actiepion in de wachtrij kan gaan staan voor latere rondes. De speler die glaciation heeft, kiest welke tegel hij definitief laat dichtvriezen. Dat levert bonuspunten op, maar laat alle dieren op dat gebied, op een na per klasse, doodvriezen. Na de vrieskou volgt speciation, waar alle dieren gaan kweken, tenminste als je daarvoor kiest natuurlijk. Bij het zetten van je actiepion, kies je al rond welke grondstof je zal kweken, bij het uitvoeren van de actie kies je een voedselfiche van dat type en zet op de aangrenzende gebieden een aantal dieren bij (het aantal is afhankelijk van de het terreintype). En soms loopt dat wel eens mis. Insecten kweken altijd… eentje… op een gebied naar keuze. Daarmee zijn die irritante zespoters meteen extra lastig.

Tijdens wanderlust, het woord zegt het zelf, trekt jouw kudde erop uit: je kiest een van de openliggende terreintegels en legt deze aan waar het jou goed uitkomt (of net niet). Dat levert, net zoals bij glaciation, wat bonuspunten op. Het net ontdekte gebied kan gelijk bevolkt worden door dieren vanop de aangrenzende gebieden, waarbij je de volgorde van de voedselketen (zoogdieren eerst dus), respecteert. Dit is al een eerste manier van bewegen. Een goede inschatting en combinatie van wanderlust met migration laat je grote afstanden afleggen. Migration is immers eenvoudig, afhankelijk van je actiepion mag je 7 (als je als eerste speelt) tot maar 2 (als je als laatste speelt) dieren één gebied verplaatsen. Vogels mogen 2 gebieden ver vliegen. Dat vliegend ongedierte zie je soms dus niet aankomen.

De hele migratiestromen op de kleine planeet zorgen voor onrust, en onrust leidt tot conflict. De competition is hard en dieren die inzetten op competition mogen één dier van een andere klasse op drie gebieden waar ze samen aanwezig zijn (het terreintype wordt bepaald door de gekozen actie), elimineren. Dat is een mond vol, maar de ene vreet de andere op, zo simpel is het. En met één is het buikje vol, dus moet je maar een ronde wachten. Uitmoorden vraagt tijd, maar het lukt wel, geloof me vrij. De spinachtigen beginnen trouwens met opvreten, eentje naar keuze, of ze nu voor competition kiezen of niet. Arachnafobie moet ergens een reden hebben.

received_19504303852526945463226289379479564.jpeg

Tot slot is het tijd om punten te scoren tijdens domination. De speler die zijn actiepion bij domination heeft staan, mag kiezen welke terreintegel gescoord wordt en hier zit ook een flink stuk van de charme van Dominant Species. Als een tegel gescoord wordt, tel je de meerderheden op de tegel. De speler met de grootste kudde scoort de meeste punten (met de voedselketen als tiebreaker). De punten zijn afhankelijk van de tegel, zeeën scoren het meest, gevolgd door wetlands. De bergen en woestijnen scoren dan weer erbarmelijk laag. Bij zeeën scoren zelfs de beste 4, bij woestijnen slechts 2. Och ja, Een gletsjertegel scoort ook, 1 puntje voor de heerser. De moeite niet om je moe te maken (alhoewel, voor later misschien). Nadat het gebied gescoord werd, mag de dominante speler echter één van de 5 openliggende actiekaarten kiezen. Dominante speler? Inderdaad, en dat is niet noodzakelijk de houder van de meerderheid. Dominantie wordt berekend op basis van voedselfiches op het gebied en de genen die je hebt. Dat maakt de amfibieën in het water meteen zo goed. Dit mechanisme van een dubbele meerderheid (numerieke meerderheid vs. dominantie) creëert heel leuke dilemma’s.

Met domination is de ronde afgelopen. Dieren zonder voedsel komen om (van de honger, uiteraard), één zoogdier kan overleven. De klasse met de meeste dieren op de gletsjer scoort de survival-bonus en dan na wat geschuif met voedselfiches zijn we klaar voor een volgende ronde. En dat doen we tot de ice age-kaart genomen wordt. Dan is het onherroepelijk gedaan. Bij het begin van de ijstijd krijg je bonuspunten naar jouw dominantie, daarna worden op elke tegel nog eens de meerderheden gescoord. Gletsjerbonus, dominantiebonus en meerderheden, ze schudden de puntenstand eens goed door mekaar. Spannend tot het einde dus.

ds bord

Bespreking

Materiaal

Het materiaal is GMT-kwaliteit: stevig bord, stevige tegels en degelijke kaarten. Sleeven is geldverspilling, want ik ken niemand die sinds de release van Dominant Species het spel tot op de draad versleten heeft. Zowat alles staat op het spelbord en de compacte en toch overzichtelijke player aids. Ook de regelboek leest aangenaam, ook zoals we van GMT Games gewend zijn, al is Dominant Species wel leesbaar zonder enige voorkennis (denk ik). Ik vermoed dus dat vooral de speelduur en de harde en felle spelersinteractie het spel weghouden van het grote publiek.

Spelverloop

Dominant Species kan je indelen bij de 4x-spellen: explore, expand, exploit en exterminate en moet daardoor vaak de vergelijking met Twilight Imperium en Space Empires 4x doorstaan. Te begrijpen, maar niet helemaal correct. Alles in Dominant Species gaat traag, nog net niet gletsjer-traag, behalve dan het spelverloop en de spanning, die stijgt pijlsnel. Nieuw gebied ontdekken en innemen gaat traag. De gletsjer vriest maar traag aan en een tegenstander uitroeien gaat ook al tergend langzaam. Maar de aanhouder wint en plots is het eten op, plots sta je geïsoleerd op een ijsschots, plots ben je omsingeld en is er geen ontkomen meer aan.

De wachttijden in Dominant Species zijn bijzonder kort en net daardoor voelt het spel zo vlot en snel aan. Ok, er wordt wel eens gedacht waar je je actiepion wil zetten, maar dat is het zowat. En zoals gezegd kan een migratie van 7 diertjes ook wat tijd in beslag nemen, zeker als je twee migraties na elkaar mag doen, maar dat is eerder uitzondering dan regel. Je bent snel terug aan de beurt om je actiepion te plaatsen, je bent snel aan de beurt om je actie uit te voeren. Altijd iets te doen, altijd iets te beleven.

De leuke dilemma’s van worker placement komen tot hun volste recht in Dominant Species. Je kunt zo weinig, je wilt zoveel en daarbovenop wil je alles snel, hier en nu, terwijl je voor alles net tijd nodig hebt. Geduld is een mooie deugd. Het trage opbouwen naar suprematie en dominantie maakt het een pareltje voor strategen: op lange termijn plannen en nooit het ultieme doel uit het oog verliezen.

Tegelijkertijd blijft het een meerderhedenspel, met twee soorten meerderheden (zoals gezegd), waar de ene punten oplevert en de andere actiekaarten (die je absoluut niet wilt missen, laat staan afgeven aan een ander). Meerderheden dwingen je om opportunistisch te spelen, op korte termijn je toch steeds aan te passen om hier en daar een puntje mee te snoepen, om mee te liften of om een fenomenale slag te slaan, hopelijk niet te vroeg en al zeker niet te laat. En dat is dus tactiek, iets waar ik me helemaal goed bij voel.

Een mengeling van strategie en tactiek (maar toch veel tactiek), een combinatie van meerderheden en worker placement, onder een koepel van 4x met beperkte, maar duidelijke individuele sterktes van de spelers. Passieve interactie bij het blokkeren van acties, actieve interactie bij het veroveren van terrein en het uitmoorden van de ander. Terwijl ik het schrijf, vraag ik me vooral af wat men niet goed zou vinden aan Dominant Species.

Ook dat weet ik hoor: de chaos en onvoorspelbaarheid als je met 5 of 6 speelt. De langere speelduur (een snedig spel kan makkelijk 4 uur duren, ook al voelt het zo niet) schrikt ook wel wat mensen af. En natuurlijk het totale gebrek aan willekeur en geluk. Je moet tegen een stootje kunnen, het is dan ook het recht van de sterkste. Vrienden maak je niet tijdens dit spel hoor, maar plezier des te meer. Het is even wennen, maar het is maar een kleine aanpassing. Ook dat is evolutie.

Dominant Species, GMT Games, 2-6 spelers, 2-4 uur

Bron foto’s: GMT Games & Boardgamegeek